• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het vrije initiatief van God vraagt om een vrij antwoord van de mens, want God heeft de mens geschapen naar zijn beeld; Hij heeft hem, met de vrijheid, het vermogen geschonken om Hem te kennen en te beminnen. Slechts in vrijheid kan de ziel komen tot de gemeenschap van de liefde. God raakt het hart van de mens onmiddellijk en beweegt het rechtstreeks. Hij heeft in de mens een verlangen gelegd naar de waarheid en naar het goede, dat Hij alleen kan vervullen. De beloften van "eeuwig leven" beantwoorden - boven elke hoop uit - aan deze verwachting:

Als Gij ter afsluiting van uw zeer goede werken gerust hebt op de zevende dag, dan wilde Gij ons op voorhand door de stem van uw boek zeggen, dat ook wij na beëindiging van onze werken - die "zeer goede werken" zijn, omdat Gij die ons gegeven hebt - op de sabbat van het eeuwig leven onze rust zullen vinden in U. H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. 13, 36.51

Alinea's in de marge van alinea 2002

Vrijheid en genade. De genade van Christus concurreert niet met onze vrijheid, wanneer deze overeenstemt met de zin voor het ware en het goede dat God in het hart van de mens gelegd heeft. Integendeel, de christelijke ervaring getuigt ervan, met name in het gebed: hoe meer wij de impulsen van de genade volgen, des te meer groeien onze innerlijke vrijheid en onze standvastigheid, zowel in de beproevingen als tegenover de druk en de dwang van de omringende wereld. Door het werk van de genade voedt de Heilige Geest ons op tot geestelijke vrijheid, om ons tot vrije medewerkers te maken van zijn werk in de Kerk en in de wereld:

Almachtige en barmhartige God, wend in uw goedheid alle onheil van ons af en laat ons, vrij naar lichaam en geest, onbelemmerd uw wil volbrengen. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Editio typica tertio emendata 2002/2008, Missale Romanum (6 okt 2008). Gebed van de 32e zondag, in: Altaarmissaal (NL) blz. 524; Missaal voor Zon- en Feestdagen (B), 479

Op weg naar de volmaaktheid zullen de Geest en de bruid diegenen die hen horen, Vgl. Openb. 22, 17 uitnodigen tot de volmaakte gemeenschap met God:

Er zal daar ware roem zijn: niemand wordt geprezen omdat degene die hem prijst, zich vergist of hem vleit, Ware eer ook, die aan niemand wordt onthouden die haar verdient en aan niemand wordt gebracht die haar onwaardig is; niemand zal er ook eer nastreven zonder haar waardig te zijn, want alleen aan wie waardig is, zal het toegestaan worden daar te zijn Ware vrede vervolgens, want niemand zal daar meer enige last ondervinden, noch van zichzelf noch van iemand anders. De beloning voor de deugd zal Hij zijn, die ook de deugd heeft gegeven en zichzelf als haar loon heeft beloofd, het allerbeste en allerhoogste dat gegeven kan worden. Hij die bij monde van de profeet gezegd heeft: "Ik zal hun God zijn en zij mijn volk" (Lev. 26, 12) (...). Dat wordt ook aangegeven door de woorden van de apostel: "Opdat God alles in alles zijn zou" (1 Kor. 15, 28). Hij zal zelf het einddoel zijn van onze verlangens en dat einddoel zal zonder einde aanschouwd, zonder oververzadiging bemind, zonder vermoeienis geprezen worden. Deze gave, deze genegenheid, deze bezigheid zullen zeker allen gemeen hebben, zoals zij het eeuwig leven zelf gemeen hebben. H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. 22,30: PL 41, 801-802; (vert.: Wijdeveld)

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 1 april 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam