• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Eerbied voor de menselijke persoon houdt de eerbiediging in van de rechten die voortvloeien uit zijn waardigheid als schepsel. Deze rechten gaan aan de gemeenschap vooraf en dringen zich aan haar op. Ze vormen de grondslag voor de morele gerechtvaardigdheid van elk gezag: Wanneer een samenleving deze rechten kleineert of weigert ze in haar positieve wetgeving te erkennen, dan ondermijnt zij haar eigen morele legitimiteit. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 65 Zonder zo'n eerbied kan een gemeenschap slechts steunen op macht of geweld om te bereiken dat haar onderdanen haar gehoorzamen. Het komt de kerk toe, deze rechten bij de mensen van goede wil in herinnering te brengen, en ze te onderscheiden van misplaatste of valse pretenties.

Alinea's in de marge van alinea 1930

De waardigheid van de menselijke persoon wortelt in zijn geschapen zijn als beeld en gelijkenis van God (artikel 1) ; ze wordt voltooid in zijn roeping tot de goddelijke zaligheid (artikel 2). Het menselijk wezen moet zich in vrijheid richten op deze voltooiing (artikel 3). Door zijn weloverwogen daden (artikel 4) schikt de menselijke persoon zich al dan niet naar het goede, door God beloofd en bevestigd door het morele geweten (artikel 5). De menselijke wezens bouwen zichzelf op en groeien van binnenuit: ze maken van heel hun affectief en geestelijk leven bouwstof voor hun groei (artikel 6). Met de hulp van de genade groeien ze in de deugd (artikel 7), vermijden ze de zonde, en als ze een zonde bedreven hebben dan doen ze, zoals de verloren zoon, Vgl. Lc. 15, 11-31 een beroep op de barmhartigheid van onze Vader in de hemel (artikel 8). Zo hebben zij toegang tot de volmaaktheid van de liefde.

Het gezag ontleent zijn morele wettigheid niet aan zichzelf. Het mag zich niet op een heerszuchtige manier gedragen, maar moet voor het algemeen welzijn werken als "een morele kracht, die steunt op vrijheid en op het bewustzijn van de plicht en van de last die het op zich genomen heeft". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 74. § 2

Een menselijke wet beantwoordt slechts aan het begrip van een wet, voorzover ze in overeenstemming is met de juiste rede; hieruit blijkt dat ze afgeleid is van de eeuwige wet. In zover ze echter afwijkt van de rede, moet ze een ongerechte wet genoemd worden; en in dat geval beantwoordt ze niet aan het begrip van een wet, maar eerder aan dat van een of ander geweld. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I-II,93,3 ad 2

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 december 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam