• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De heilige Paulus bevestigt: "Waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos". Maar om haar werk te doen moet de genade de zonde blootleggen om ons hart te bekeren en om te "heersen door de gerechtigheid, en (te) leiden tot eeuwig leven, dank zij Jezus Christus onze Heer" (Rom. 5, 20-21). Zoals een geneesheer een wonde onderzoekt alvorens haar te verzorgen, zo werpt God een helder licht op de zonde door zijn Woord en zijn Geest:

De bekering vraagt om het in het licht stellen van de zonde , ze bevat in zichzelf een inwendig oordeel van het geweten. Men kan er het bewijs in zien van het handelen van de Geest der waarheid in het binnenste van de mens, en dat wordt tegelijkertijd het begin van een nieuwe gave van de genade en de liefde: "Ontvang de Heilige Geest." Zo ontdekken we in het "in het licht stellen van de zonde" een dubbele gave : de gave van de juistheid van het geweten en de gave van zekerheid van de verlossing. De Geest van de waarheid is de Vertrooster. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld, Dominum et vivificantem (18 mei 1986), 31

Alinea's in de marge van alinea 1848

God is oneindig goed en al zijn werken zijn goed. Toch ontkomt niemand aan de ervaring van het lijden, van het kwaad in de natuur - dat gepaard schijnt te gaan met de grenzen, eigen aan de schepselen - en vooral aan het probleem van het morele kwaad. Waar komt het kwaad vandaan? "Ik zocht waar het kwaad vandaan. komt, en ik vond de oplossing niet", zegt de heilige Augustinus H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. 7.7,11, vert uit Lat. en in zijn eigen smartelijk zoeken vindt hij geen andere uitweg dan de bekering tot de levende God. Want "het geheim der goddeloosheid" (2 Tess. 2, 7) wordt slechts duidelijk in het licht van "het geheim van onze godsdienst" (1 Tim. 3, 16). De openbaring van de goddelijke liefde in Christus heeft tegelijk de omvang van het kwaad èn de overvloed van de genade getoond. Vgl. Rom. 5, 20 Wij moeten derhalve het probleem van de oorsprong van het kwaad onder ogen zien door de blik van ons geloof te vestigen op Hem die als enige het kwaad overwonnen heeft. Vgl. Lc. 11, 21-22 Vgl. Joh. 16, 11 Vgl. 1 Joh. 3, 8

Sinds Pasen is het de Heilige Geest die "de wereld het overtuigend bewijs levert van wat zonde is" Vgl. Joh. 16, 8-9 , namelijk dat de wereld niet heeft geloofd in Hem die de Vader gezonden heeft. Dezelfde Geest echter die de zonde openbaart, is ook de Vertrooster Vgl. Joh. 15, 26 die aan het hart van de mens de genade van het berouw en van de bekering schenkt. Vgl. Hand. 2, 36-38 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld, Dominum et vivificantem (18 mei 1986), 27-48

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 12 augustus 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam