• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Tegenover het object staat er aan de kant van het handelend subject de intentie. Omdat de intentie wortelt in de vrijwilligheid en zij het handelen bepaalt vanuit het doel, is de intentie een essentieel element in de morele beoordeling van de daad. Het doel is de eerste eindterm van de intentie en omschrijft de doelstelling die door de daad wordt nagestreefd. De intentie is een beweging van de wil naar het doel; ze heeft te maken met de eindterm van het handelen. Ze is het streefdoel van het goede dat verwacht wordt van de ondernomen handeling. De intentie is niet beperkt tot het leiden van onze afzonderlijke daden, maar kan veelvuldige handelingen ordenen op eenzelfde doel; ze kan het hele leven leiden naar het uiteindelijk doel. Bijvoorbeeld, een bewezen dienst heeft tot doel de naaste te helpen, maar kan tevens geïnspireerd worden door de liefde tot God als uiteindelijk doel van al onze handelingen. Een zelfde handeling kan ook ingegeven worden door diverse intenties, zoals een dienst bewijzen om een gunst te verkrijgen of om er zich op te beroemen.

Alinea's in de marge van alinea 1752

Door het Doopsel verkrijgt de dopeling de genade gereinigd te worden van alle zonden. De Christen moet echter de strijd tegen de begeerlijkheid van het vlees en tegen andere ongeordende begeerten voortzetten. Met Gods genade kan hij dit bereiken:

  • door de deugd en de gave van kuisheid, want de kuisheid stelt in staat met een onverdeeld en zuiver hart te beminnen;
  • door de zuiverheid van intentie die het ware doel van de mens beoogt: in alle eenvoud tracht de gelovige in alles de wil van God te ontdekken en te volbrengen; Vgl. Rom. 12, 2: Kol. 1, 10
  • door de zuiverheid van de blik, uitwendig en inwendig; door de beheersing van zijn gevoelens en zijn verbeelding; door te weigeren toe te geven aan enige vorm van welbehagen in onkuise gedachten, die hem ertoe brengen de wegen van Gods geboden te verlaten: "want door de aanblik wordt de begeerte van de dwaas opgewekt" (Wijsh. 15, 5).
  • door het gebed:
    Ik dacht, dat onthouding iets was dat men op eigen krachten kan en van de mijne was ik niet zeker; mijn domheid was namelijk zo groot, dat ik niet wist dat niemand, zoals geschreven staat, zich kan onthouden, indien Gij het niet geeft. En Gij zoudt het mij zeker gegeven hebben, wanneer ik met innerlijk verzuchten aan uw oren had geklopt en met onwrikbaar geloof mijn zorg op u geworpen had. H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. 6.11,20: PL 32, 729-730; (vert.: Wijdeveld)

Vrijheid is de macht, geworteld in de rede en de wil, om te handelen of niet te handelen, om dit of dat te doen, om zo uit zichzelf weloverwogen daden te stellen. Door de vrije wil beschikt iedereen over zichzelf. De vrijheid is in de mens een kracht om te groeien en te rijpen in waarheid en goedheid. De vrijheid bereikt haar volmaaktheid wanneer ze gericht is op God, onze zaligheid.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 12 maart 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam