• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De waardigheid van de menselijke persoon wortelt in zijn geschapen zijn als beeld en gelijkenis van God (artikel 1) ; ze wordt voltooid in zijn roeping tot de goddelijke zaligheid (artikel 2). Het menselijk wezen moet zich in vrijheid richten op deze voltooiing (artikel 3). Door zijn weloverwogen daden (artikel 4) schikt de menselijke persoon zich al dan niet naar het goede, door God beloofd en bevestigd door het morele geweten (artikel 5). De menselijke wezens bouwen zichzelf op en groeien van binnenuit: ze maken van heel hun affectief en geestelijk leven bouwstof voor hun groei (artikel 6). Met de hulp van de genade groeien ze in de deugd (artikel 7), vermijden ze de zonde, en als ze een zonde bedreven hebben dan doen ze, zoals de verloren zoon, Vgl. Lc. 15, 11-31 een beroep op de barmhartigheid van onze Vader in de hemel (artikel 8). Zo hebben zij toegang tot de volmaaktheid van de liefde.

Alinea's in de marge van alinea 1700

Van alle zichtbare schepselen is alleen de mens in staat zijn Schepper te kennen en lief te hebben;" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 12. § 1, vert. uit Lat. hij is "het enig schepsel op aarde dat om zichzelf door God is gewild". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 24. § 3. vert. uit Lat. hij alleen is geroepen door kennis en liefde te delen in het leven van God. Hij is met dit doel geschapen en dit is de diepste grond van zijn waardigheid.
Welke reden hebt U, aan de mens zo' n grote waardigheid te geven? Zeker de onschatbare liefde waarmee U in Uzelf ernaar gekeken hebt en er verliefd op geworden zijt; want uit liefde hebt Gij dit schepsel geschapen, uit liefde hebt Gij het een bestaan geschonken dat in staat is uw eeuwig goed te smaken. H. Catharina van Siëna, Dialoog van de Goddelijke Voorzienigheid, Dialogi. 4.13, vert uit It. (vgl. Getijdenboek Lect. I.7,13)
Het proces van de bekering en de boetvaardigheid werd door Jezus op indrukwekkende wijze beschreven in de zogenaamde parabel "van de verloren zoon" waarin "de barmhartige vader" centraal staat Vgl. Lc. 15, 11-24 : de betovering van een denkbeeldige vrijheid, het verlaten van het vaderlijk huis; de uiterste ellende waarin de zoon geraakt, nadat hij zijn geld verkwist heeft; de diepe vernedering varkens te moeten hoeden en, erger nog, verlangen zich te voeden met de schillen die de varkens voorgeworpen kregen; de gedachte aan wat hij verloren had; het berouw en het voornemen schuld te bekennen jegens zijn vader; de weg terug; de liefdevolle opname door de vader en de vreugde van de vader. Het zijn allemaal fasen die het bekeringsproces kenmerken. In het fraaie kleed, de ring en het feestmaal verschijnen de symbolen van het nieuwe, zuivere, waardige en vreugdevolle leven, een leven van iemand die tot God en zijn huisgezin, de Kerk, terugkeert. Enkel het hart van Jezus, dat de diepten va n de liefde van zijn Vader kent, kon ons op een zo eenvoudige en tegelijk schitterende wijze openbaren hoe onpeilbaar diep de barmhartigheid van de Vader is.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 11 oktober 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam