• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De maagdelijkheid omwille van het rijk der hemelen

Christus is het centrum van elk christelijk leven. De band met Hem heeft voorrang boven alle andere relaties van familiale of sociale aard. Vgl. Lc. 14, 26 Vgl. Mc. 10, 28-31 Vanaf het ontstaan van de kerk zijn er mannen en vrouwen geweest die afstand hebben gedaan van het grote goed dat het huwelijk is, om het Lam te volgen waar het ook gaat, Vgl. Openb. 14, 4 om enkel zorg te hebben voor de zaak van de Heer, hoe zij de Heer kunnen behagen, Vgl. 1 Kor. 7, 32 om de naderende Bruidegom tegemoet te trekken. Vgl. Mt. 25, 6 Christus zelf heeft sommigen uitgenodigd Hem in deze levenswijze, waarvan Hij het voorbeeld is, na te volgen:

Er zijn onhuwbaren die zo uit de moederschoot zijn voortgekomen; en er zijn onhuwbaren die door de mensen zo gemaakt zijn; maar ook zijn er onhuwbaren die zichzelf onhuwbaar hebben gemaakt omwille van het rijk der hemelen. Wie bij machte is dit te begrijpen hij begrijpe het (Mt. 19, 12).

De maagdelijkheid omwille van het rijk der hemelen is een ontplooiing van de doopgenade, een machtig teken dat de voorrang van de band met Christus en de vurige verwachting van zijn wederkomst uitdrukt, een teken ook dat eraan herinnert dat het huwelijk iets is van dit tijdperk dat voorbijgaat. Vgl. Mc. 12, 25 Vgl. 1 Kor. 7, 31

Zowel het Sacrament van het Huwelijk als de maagdelijkheid omwille van het rijk Gods komen allebei van de Heer zelf. Hij zelf geeft aan deze levensstaten hun zin en schenkt de onontbeerlijke genade om ze volgens zijn wil te beleven. Vgl. Mt. 19, 3-12 De waardering voor de maagdelijkheid omwille van het rijk der hemelen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 42 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven, Perfectae Caritatis (28 okt 1965), 12 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 10 en de christelijke betekenis van het Huwelijk zijn niet te scheiden en begunstigen elkaar wederzijds:

Wie het Huwelijk geringschat, haalt ook de eer van de maagdelijkheid naar beneden; wie daarentegen het Huwelijk prijst verhoogt de bewondering en de schittering die aan de maagdelijkheid toekomen. (...) Datgene wat slechts goed schijnt in vergelijking met een kwaads is per slot van rekening geen groot goed; maar wat beter is dan datgene wat allen als goed erkennen is zeker goed in overtreffende mate. H. Johannes Chrysostomos, De Virginitate. 10,1, vert. uit Gr. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 16

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 10 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam