• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het geloof is een genade
Wanneer de heilige Petrus belijdt dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God, dan verklaart Jezus dat "niet vlees en bloed" hem dit geopenbaard hebben, "maar zijn Vader die in de hemel is" (Mt. 16, 17). Vgl. Gal. 1, 15 Vgl. Mt. 11, 25 Het geloof is een gave van God, een bovennatuurlijke deugd, door Hem ingestort. "Wil de mens deze geloofsdaad kunnen stellen, dan is Gods voorkomende en helpende genade nodig en de innerlijke bijstand van de heilige Geest, die het hart moet bewegen en het tot God moet keren, die de ogen van de geest moet openen en 'aan allen smaak moet geven om met de waarheid in te stemmen en erin te geloven"'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 5. vert. uit Lat.

Alinea's in de marge van alinea 153

In het college van de twaalf neemt Petrus de eerste plaats in. Vgl. Mc. 3, 16 Vgl. Mc. 9, 2 Vgl. Lc. 24, 34 Vgl. 1 Kor. 15, 5 Jezus heeft hem een unieke zending toevertrouwd. Dankzij een openbaring die van de Vader kwam, had Petrus beleden: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God". Onze Heer had hem toen gezegd: "Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen" (Mt. 16, 16). Christus, "de levende steen" Vgl. 1 Pt. 2, 4 geeft zijn op Petrus gebouwde kerk de verzekering van de overwinning op de macht van de dood. Omwille van het geloof dat Petrus heeft beleden, zal hij de onwankelbare rots van de kerk blijven. Hij zal de zending hebben, dit geloof te behoeden voor iedere tekortkoming en zijn broeders erin te bevestigen. Vgl. Lc. 22, 32

Het geloof

Het geloof is de goddelijke deugd waardoor we in God geloven en in alles wat Hij ons gezegd en geopenbaard heeft, en dat de heilige Kerk ons voorhoudt te geloven, omdat Hij de waarheid zelf is. Door het geloof "vertrouwt de mens zich in vrijheid geheel aan God toe". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 5 Daarom probeert de gelovige de wil van God te kennen en te volbrengen. "Die gerechtvaardigd is door het geloof zal leven" (Rom. 1, 17). Het levende geloof "handelt door de liefde" (Gal. 5, 6).

Onze rechtvaardiging komt voort uit Gods genade. De genade is een gunst , een belangeloze hulp die God ons biedt om zijn oproep te beantwoorden: kinderen van God Vgl. Joh. 1, 12-18 te worden, aangenomen zonen, Vgl. Rom. 8, 14-17 deelhebbers aan de goddelijke natuur Vgl. 2 Pt. 1, 3-4 en aan het eeuwig leven. Vgl. Joh. 17, 3

Het hart, dat zodoende vastbesloten is om zich te bekeren, leert bidden in het geloof. Het geloof is een instemming met God op de wijze van een kind; het gaat wat wij voelen en begrijpen, te boven. Het geloof is mogelijk geworden, omdat de welbeminde Zoon voor ons de toegang tot de Vader geopend heeft. Hij kan ons vragen om te "zoeken" en te "kloppen", omdat Hijzelf de poort en de weg is. Vgl. Mt. 7, 7-11.13-14

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 december 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam