• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Door zich in dit Sacrament toe te vertrouwen aan het barmhartig oordeel van God, loopt de zondaar in zekere zin vooruit op het oordeel waaraan hij op het einde van dit aardse leven onderworpen zal worden. Nu, in dit leven, wordt ons immers de keuze geboden tussen het leven en de dood, en slechts langs de weg van de bekering kunnen wij het Koninkrijk binnengaan, waar zware zonden ons van buitensluiten. Vgl. 1 Kor. 5, 11 Vgl. Gal. 5, 19-21 Vgl. Openb. 22, 15 Wanneer de zondaar zich door boete en geloof tot Christus bekeert, gaat hij over van de dood naar het leven "en is hij aan geen oordeel onderworpen." (Joh. 5, 25)

Alinea's in de marge van alinea 1470

Jezus heeft in zijn prediking het oordeel van de laatste dag aangekondigd. Hierin volgt Hij de profeten Vgl. Joel 3-4 en Johannes de Doper. Vgl. Mt. 3, 7-12 Dan zullen het gedrag Vgl. Mc. 12, 38-40 en de geheimen van het hart Vgl. Lc. 12, 1-3 Vgl. Joh. 3, 20-21 Vgl. Rom. 2, 16 Vgl. 1 Kor. 4, 5 van eenieder aan het licht gebracht worden. Dan zal het schuldige ongeloof dat aan de genade die God aanbood, geen waarde gehecht heeft, veroordeeld worden. Vgl. Mt. 11, 20-24 Vgl. Mt. 12, 41-42 De houding ten opzichte van de naaste zal het aanvaarden of het afwijzen van de genade en de goddelijke liefde openbaren. Vgl. Mt. 5, 22 Vgl. Mt. 7, 1-5 Jezus zal op de laatste dag zeggen: "Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan" (Mt. 25, 40).
Het is ten overstaan van Christus die de Waarheid is, dat de waarheid over de verhouding van elke mens tot God blootgelegd zal worden. Vgl. Joh. 12, 49 Het laatste oordeel zal tot in zijn uiterste consequenties openbaren wat iedereen tijdens zijn aardse leven aan goed gedaan heeft of nagelaten heeft te doen:
Alle kwaad dat de booswichten doen, wordt opgetekend en zij weten het niet. Wanneer God komt en "niet meer zwijgt" (Ps. 50, 3) (...) zal Hij zich richten tot degenen aan zijn linkerhand (...). Hij zal zeggen; "Ik had de geringste onder de mijnen, die behoeftig waren, op aarde een plaats gegeven, omwille van u. Ik, hun hoofd, zetelde in de hemel aan de rechterhand van mijn Vader, maar op aarde hadden mijn ledematen te lijden, zij hadden honger. Als gij aan mijn ledematen gegeven zout hebben, zou wat gij gegeven had, het hoofd bereikt hebben. Toen ik de geringsten onder de mijnen, die behoeftig waren, op aarde een plaats gegeven heb, omwille van u, heb ik hen uw zaakgelastigden gemaakt om uw goede werken in mijn schatkamer te vergaren: gij hebt hun niets in handen gegeven, daarom hebt gij ook niets bij Mij gevonden. H. Augustinus, Sermones. 18,4,4, vert. uit Lat.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 12 augustus 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam