• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De voldoening

Vele zonden berokkenen aan de naaste schade. Men moet al het mogelijke doen om deze schade te herstellen (bijvoorbeeld door gestolen goed terug te geven, de goede naam te herstellen van iemand die het slachtoffer is van laster, verwondingen goed te maken). De rechtvaardigheid alleen al vereist dit. Maar de zonde kwetst en verzwakt bovendien de zondaar zelf, evenals zijn relatie tot God en de naaste. De absolutie neemt de zonde weg, maar maakt de wanorde die door de zonde veroorzaakt werd niet geheel ongedaan. Vgl. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van de Biecht, Sessio XIV - Doctrina de sacramento poenitentiae (25 nov 1551), 39 Uit de zonde opgestaan moet de zondaar nog de volledige geestelijke gezondheid herwinnen. Hij moet dus nog iets meer doen om zijn zonden goed te maken: hij moet op geëigende wijze "voldoening schenken" of zijn zonden "uitboeten". Deze voldoening wordt ook "penitentie" genoemd.

Alinea's in de marge van alinea 1459

Om de begane onrechtvaardigheid te herstellen moet men, krachtens de ruilrechtvaardigheid, het gestolen goed aan de eigenaar vergoeden:
Jezus prijst Zacheüs zalig omwille van zijn voornemen: "Als ik iemand iets afgeperst heb, geef ik het hem vierdubbel terug" (Lc. 19, 8). Wie zich, rechtstreeks of onrechtstreeks, meester heeft gemaakt van het goed van een ander, is verplicht het terug te geven, of, wanneer het goed zelf verdwenen is, een gelijkwaardig goed, in natura of in geld, terug te betalen; hij moet eveneens de opbrengst en de voordelen vergoeden, die de eigenaar op rechtmatige wijze hiervan verkregen zou hebben. Wie aan een diefstal op welke wijze dan ook heeft meegewerkt of bewust voordeel ervan heeft gehad, is eveneens tot restitutie verplicht in verhouding tot het aandeel en het voordeel dat hij gehad heeft; dit is bijvoorbeeld het geval bij diegene die een diefstal heeft georganiseerd, erbij heeft geholpen of de buit verborgen of geheeld heeft.
Elke fout tegen de rechtvaardigheid en de waarheid begaan, brengt de verplichting tot herstel van de schade mee, zelfs als de dader vergiffenis verkregen heeft. Wanneer het onmogelijk is de schade in het openbaar te herstellen, moet het in het geheim gebeuren; als het niet mogelijk is de benadeelde rechtstreeks te vergoeden, moet men hem, in naam van de naastenliefde, morele genoegdoening geven. Deze verplichting tot herstel van de schade betreft ook de fouten die begaan zijn ten opzichte van andermans goede naam. Deze schadeloosstelling, morele en soms materiële, moet afgemeten worden naar de omvang van de toegebrachte schade. Dit herstel is in geweten verplicht.
Met de vergeving van de zonden en het herstel van de gemeenschap met God is de kwijtschelding van de eeuwige zondestraffen verbonden. Er blijven echter nog tijdelijke zondestraffen over. De Christen moet zich inspannen deze tijdelijke zondestraffen als een genade te aanvaarden door het lijden en allerlei beproevingen geduldig te verdragen en de dood sereen tegemoet te gaan, als de tijd daarvoor gekomen is; hij moet er zich op toeleggen de "oude mens" geheel af te leggen en zich te bekleden met de "nieuwe mens" Vgl. Ef. 4, 24 door werken van barmhartigheid en liefde, maar ook door gebed en verschillende boetepraktijken.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 11 oktober 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam