• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Abraham - "de vader van alle gelovigen"
De brief aan de Hebreeën legt in de grote lofrede op het geloof van de voorvaderen in het bijzonder de nadruk op het geloof van Abraham: "Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven aan de roepstem van God, en ging hij op weg naar een land dat bestemd was voor hem en zijn erfgenamen: hij vertrok zonder te weten waarheen" (Heb. 11, 8). Vgl. Gen. 12, 1-4 Door het geloof heeft hij als vreemdeling en als pelgrim in het beloofde land geleefd. Vgl. Gen. 23, 4 Door dit geloof werd Sara vruchtbaar en kon zij de zoon van de belofte ontvangen. Door het geloof tenslotte heeft Abraham zijn enige zoon ten offer gebracht. Vgl. Heb. 11, 17

Alinea's in de marge van alinea 145

God die "woont in ongenaakbaar licht" (1 Tim. 6, 16) wil zijn eigen goddelijk leven meedelen aan de mensen, die door Hem uit vrije wil geschapen zijn, om hen in zijn enige Zoon als kinderen aan te nemen. Vgl. Ef. 1, 4-5 Door zichzelf te openbaren wil God de mensen in staat stellen Hem een antwoord te geven, Hem te kennen en Hem in veel grotere mate te beminnen dan zij dit uit zichzelf zouden kunnen.
De belofte en het gebed van het geloof

Vanaf het moment dat God Abraham roept, gaat deze op weg "zoals de Heer hem had opgedragen" (Gen. 12, 4): zijn hart is volledig "onderworpen aan het woord", hij gehoorzaamt. Een luisterend hart dat zijn beslissingen neemt volgens de wil van God, is wezenlijk voor het gebed; de woorden zijn voor het gebed betrekkelijk. Maar het gebed van Abraham manifesteert zich allereerst in daden: in stilzwijgen richt hij bij elke pleisterplaats een altaar op voor de Heer. Pas later komt zijn eerste gebed in woorden tot uitdrukking: een doffe klacht die God herinnert aan zijn beloften, die niet in vervulling lijken te gaan. Vgl. Gen. 15, 2-3 Zodoende treedt vanaf het begin één van de aspecten van het drama van het gebed naar voren: de beproeving van het geloof in Gods betrouwbaarheid.

Gedurende het hele Oude Verbond is de zending van Maria voorbereid door die van heilige vrouwen. Geheel aan het begin staat Eva: ondanks haar ongehoorzaamheid ontvangt zij de belofte van een nageslacht dat over de Boze zal zegevieren Vgl. Gen. 3, 15 en de belofte dat zij de moeder zou zijn van alle levenden. Vgl. Gen. 3, 20 Op grond van deze belofte ontvangt Sara ondanks haar hoge leeftijd een zoon. Vgl. Gen. 18, 10-14 Vgl. Gen. 21, 1-2 Tegen iedere menselijke verwachting in kiest God uit wat als hulpeloos en zwak wordt beschouwd, Vgl. 1 Kor. 1, 27 om de trouw aan zijn belofte te tonen: Hanna, de moeder van Samuel, Vgl. 1 Sam. 1 Debora, Ruth, Judit, Ester en vele andere vrouwen. Maria "neemt de eerste plaats in onder de nederigen en armen van de Heer die vol vertrouwen het heil van Hem verwachten en het verkrijgen. Tenslotte komt met haar, de dochter van Sion bij uitstek, na een lang wachten op de vervulling van de belofte, de volheid der tijden en wordt er een nieuwe heilsorde gevestigd". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 55. vert. uit Lat.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 10 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam