• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Zeer vroeg heeft men aan de handoplegging een zalving met welriekende olie (chrisma) toegevoegd, om beter de gave van de heilige Geest aan te duiden. Deze zalving verduidelijkt de naam van "christen", wat "gezalfde" betekent, en die zijn oorsprong heeft in Christus zelf, Hem die "God gezalfd heeft met de heilige Geest" (Hand. 10, 38). Deze zalvingsritus bestaat tot op de dag van vandaag, zowel in het oosten als in het westen. Daarom ook wordt dit Sacrament in het oosten chrismatie genoemd, zalving met chrisma of myron, wat "chrisma" betekent. In het westen verwijst het woord vormsel naar het feit dat dit Sacrament zowel de Doop bekrachtigd als de doopgenade versterkt.

Alinea's in de marge van alinea 1289

De zalving. De symboliek van de zalving met olie is eveneens kenmerkend voor de heilige Geest, zelfs zó dat zalving en heilige Geest synoniem geworden zijn. Vgl. 1 Joh. 2, 20.27 Vgl. 2 Kor. 1, 21 Bij de christelijke initiatie is de zalving het sacramentele teken van het vormsel. In de Oosterse Kerken wordt ze daarom terecht "chrismatie" genoemd. Men moet echter teruggaan naar de eerste zalving die de heilige Geest verricht heeft, om de hele kracht ervan te kunnen begrijpen: de zalving van Jezus. Christus ("Messias" in het Hebreeuws) betekent "gezalfd" met de Geest van God. In het Oude Verbond zijn er "gezalfden" van de Heer geweest. Vgl. Ex. 30, 22-32 Onder hen was koning David, de gezalfde uitstek Vgl. 1 Sam. 16, 13 Maar Jezus is op een unieke manier de gezalfde van God: de menselijke natuur die de Zoon aanneemt, is in haar geheel "gezalfd met de heilige Geest". Jezus is "Christus" geworden door de heilige Geest. Vgl. Lc. 4, 18-19 Vgl. Jes. 61, 1 De maagd Maria ontvangt Christus van de heilige Geest. Bij zijn geboorte kondigt de heilige Geest, door de engel, Hem aan als Christus Vgl. Lc. 2, 11 en zet Hij Simeon ertoe aan naar de tempel te komen om de Gezalfde van de Heer te zien; Vgl. Lc. 2, 26-27 Hij is het die Christus vervult Vgl. Lc. 4, 1 en zijn kracht is het die van Christus uitgaat als Hij genezingen verricht en heil brengt. Vgl. Lc. 6, 19 Vgl. Lc. 8, 46 Hij is het tenslotte die Jezus uit de doden opwekt. Vgl. Rom. 1, 4 Vgl. Rom. 8, 11 Dan stort Jezus, ten volle tot "Christus" aangesteld in zijn menselijke natuur die over de dood gezegevierd heeft, Vgl. Hand. 2, 36 de heilige Geest in overvloed uit, totdat "de heiligen" in vereniging met het mens-zijn van Gods Zoon, "tezamen komen (...) tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus" (Ef. 4, 13): "de gehele Christus", om een uitdrukking van de heilige Augustinus te gebruiken. H. Augustinus, Sermones. 341, 1, 1. 9, 11
Christus komt van de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord "Messias", dat wil zeggen "gezalfde". Dit wordt de eigennaam van Jezus alleen, omdat Hij op volmaakte wijze de goddelijke zending vervult die het woord tot uitdrukking brengt. In Israël werden in de naam van God immers zij gezalfd die aan Hem toegewijd waren op grond van een zending die van Hem kwam. Dit was het geval bij koningen Vgl. 1 Sam. 9, 16 Vgl. 1 Sam. 10, 1 Vgl. 1 Sam. 16, 1.12-13 Vgl. 1 Kon. 1, 39 , priesters Vgl. Ex. 29, 7 Vgl. Lev. 8, 12 en, in zeldzame gevallen, profeten. Vgl. 1 Kon. 19, 16 Dit moest bij uitstek het geval zijn bij de Messias, die God zou zenden om definitief zijn koninkrijk te vestigen. Vgl. Ps. 2, 2 Vgl. Hand. 4, 26-27 De Messias moest met de Geest van de Heer gezalfd worden Vgl. Jes. 11, 12 en dit tegelijkertijd als koning en priester, Vgl. Zach. 4, 14 Vgl. Zach. 6, 13 maar ook als profeet. Vgl. Jes. 61, 1 Vgl. Lc. 4, 16-21 Jezus heeft de Messiaanse hoop van Israël in vervulling doen gaan in zijn drievoudig ambt van priester, profeet en koning.
De viering van het Vormsel
Een belangrijk moment dat aan de viering van het Vormsel voorafgaat, maar er in zekere zin ook deel van uitmaakt, is de wijding van het heilig Chrisma. Op Witte Donderdag wijdt de bisschop tijdens de chrismamis voor heel zijn bisdom het heilig Chrisma. In de Kerken van het oosten is deze wijding zelfs aan de patriarch voorbehouden:
De liturgie van Antiochië verwoordt de epiklese van de wijding van het heilig chrisma (myron) aldus: "(Vader (...) zend uw heilige Geest uit) over ons en over deze olie hier, en wijd haar, opdat zij voor al wie ermee gezalfd en gemerkt worden, mag zijn: heilig myron, priesterlijk myron, koninklijk myron, vreugdevolle zalving, kleed van het licht, mantel van het heil, geestelijke gave, heiliging van zielen en lichamen, onvergankelijk geluk, onuitwisbaar zegel, schild van het geloof en geduchte helm tegen alle werken van de tegenstander." Pontificale van de ritus van de Westsyrische Kerk, d.i. Antiochië, Pars I, Versio latina, blz. 36-37

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam