• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De gewone bedienaars van het Doopsel zijn de bisschop en de priester, en in de Latijnse Kerk ook de diaken. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 861. § 1 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 677. § 1 In geval van nood mag iedereen die met de vereiste intentie bezield is, zelfs een niet-gedoopte, het Doopsel toedienen gebruikmakend van de Trinitaire doopformule. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 861. 2 De vereiste intentie bestaat hierin, dat men wil doen wat de Kerk doet als ze het Doopsel toedient. De reden voor deze mogelijkheid ziet de Kerk in de universele heilswil van God Vgl. 1 Tim. 2, 4 en in de noodzaak van het Doopsel voor het heil. Vgl. Mc. 16, 16

Alinea's in de marge van alinea 1256

Dan volgt de wezenlijke ritus van het Sacrament: het Doopsel in de eigenlijke zin van het woord. Het duidt aan en verwezenlijkt de dood aan de zonde en het binnentreden in het leven van de allerheiligste Drie-eenheid door de gelijkvormigheid met het Paasmysterie van Christus. Het Doopsel wordt op de meest sprekende wijze voltrokken door de drievoudige onderdompeling in het doopwater. Maar vanaf de oudheid kan het ook toegediend worden door driemaal water uit te gieten over het hoofd van de dopeling.

In de Latijnse Kerk laat de bedienaar driemaal water over het hoofd vloeien, terwijl hij zegt: "N., ik doop u in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest." In de oosterse liturgieën zegt de priester, terwijl de geloofsleerling naar het oosten gekeerd staat: "De dienaar Gods N. wordt gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest." En bij de aanroeping van elke persoon van de allerheiligste Drie-eenheid, dompelt hij hem onder in het water en richt hem weer op.

Tegenover het object staat er aan de kant van het handelend subject de intentie. Omdat de intentie wortelt in de vrijwilligheid en zij het handelen bepaalt vanuit het doel, is de intentie een essentieel element in de morele beoordeling van de daad. Het doel is de eerste eindterm van de intentie en omschrijft de doelstelling die door de daad wordt nagestreefd. De intentie is een beweging van de wil naar het doel; ze heeft te maken met de eindterm van het handelen. Ze is het streefdoel van het goede dat verwacht wordt van de ondernomen handeling. De intentie is niet beperkt tot het leiden van onze afzonderlijke daden, maar kan veelvuldige handelingen ordenen op eenzelfde doel; ze kan het hele leven leiden naar het uiteindelijk doel. Bijvoorbeeld, een bewezen dienst heeft tot doel de naaste te helpen, maar kan tevens geïnspireerd worden door de liefde tot God als uiteindelijk doel van al onze handelingen. Een zelfde handeling kan ook ingegeven worden door diverse intenties, zoals een dienst bewijzen om een gunst te verkrijgen of om er zich op te beroemen.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 17 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam