• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het witte doopkleed drukt symbolisch uit dat de gedoopte zich "met Christus bekleed" heeft (Gal. 3, 27): hij is met Christus verrezen. De kaars die aan de paaskaars ontstoken wordt, duidt aan dat Christus de pasgedoopte (neofiet) heeft verlicht. In Christus zijn de gedoopten "het licht der wereld" (Mt. 5, 14). Vgl. Fil. 2, 15

De pasgedoopte is nu kind van God in de eniggeboren Zoon. Hij kan nu het gebed van de kinderen van God zeggen: het Onze Vader.

Alinea's in de marge van alinea 1243

"Dit waterbad wordt 'verlichting' genoemd, omdat zij die deze ervaring ondergaan, geestelijk worden verlicht". H. Justinus, Eerste apologie, Apologetica contra Antonius Pius. 1,61,12: PG 6, 421, vert. Getijdenboek Lect. I,3,75 De gedoopte heeft in het Doopsel het Woord, "het ware licht dat iedere mens verlicht" (Joh. 1, 9), ontvangen. "Na het licht ontvangen te hebben" (Heb. 10, 32) is hij "kind van het licht" (1 Tess. 5, 5) en zelf "licht" (Ef. 5, 8) geworden:

Deze verlichting is de mooiste en prachtigste van alle gaven Gods (...). Wij noemen het gave, genade, onderdompeling, zalving, verlichting, kleed van onvergankelijkheid, bad van wedergeboorte, zegel en alles wat maar kostbaar is. Gave, omdat het toegediend wordt aan wie niets met zich meebrengen; genade, omdat het zelfs aan schuldigen gegeven wordt; onderdompeling, omdat de zonde in het water begraven wordt; zalving, omdat het heilig en koninklijk is (zoals ook de gezalfden het zijn); verlichting, omdat het een schitterend licht is; kleed, omdat het onze schaamte bedekt; bad, omdat het schoonwast; zegel, omdat het ons behoedt en waarmerkt als bezit van God. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 40,3-4: PG 36, 361C, vert uit Gr.

Het doorgeven (traditio) van het gebed van de Heer bij het doopsel en het vormsel is een teken van de nieuwe geboorte tot het goddelijke leven. Het christelijke gebed betekent spreken tot God met het woord van God zelf. Daarom leren zij die "opnieuw geboren zijn door het woord van de levende God" (1 Petr. 1,23), hun Vader aanroepen met het enige woord dat Hij altijd verhoort. En voortaan kunnen zij dit ook. Want zij krijgen op hun hart, hun oren, hun lippen, op hun hele zijn, als kinderen van God onuitwisbaar het zegel van de zalving met de Heilige Geest gedrukt. Daarom is het overgrote deel van de commentaren van de Kerkvaders op het Onze Vader gericht tot de doopleerlingen en de pas gedoopten. Wanneer de Kerk het gebed van de Heer bidt, dan is het steeds het volk van hen die "nieuw geboren" zijn dat bidt en dat barmhartigheid ondervindt. Vgl. 1 Petr. 2,1-10

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 30 maart 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam