• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het heilig Doopsel is het fundament van heel het christelijk leven, de toegangspoort tot het leven in de Geest (vitae spiritualis ianua) en de deur die toegang verleent tot de andere Sacramenten. Door het Doopsel zijn wij van de zonde bevrijd en, herboren tot kinderen van God, worden wij ledematen van Christus, ingelijfd in de Kerk en haar zending deelachtig gemaakt: Vgl. Concilie van Florence, Decreet, 8e Sessie - Decreet voor de Armeniërs, Exsultate Deo (22 nov 1439), 4 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 204. § 1 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 849 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 675. § 1 "Het Doopsel is het Sacrament van de wedergeboorte door het water In het woord". Catechismus-Compendium, Catechismus van het Concilie van Trente, Catechismus Romanus Concilii Tridentini. 2,2,5 (vert. Vermuyten 1935)

In het Latijn wordt dit Sacrament baptisma genoemd, naar de centrale rite waardoor het tot stand komt: baptizare (in het Grieks baptizein) betekent "duiken", "onderdompelen"; de "onderdompeling" in het water is het symbool van de begrafenis van de geloofsleerling in de dood van Christus, waaruit hij door de verrijzenis met Hem weer opstaat, Vgl. Rom. 6, 3-4 Vgl. Kol. 2, 12 als "nieuwe schepping" (2 Kor. 5, 17)(Gal. 6, 15).

Dit Sacrament wordt ook "het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de Heilige Geest" (Tit. 3, 5) genoemd, omdat het de geboorte uit water en geest aanduidt en verwezenlijkt, zonder welke "niemand het rijk Gods kan binnengaan" (Joh. 3, 5).

"Dit waterbad wordt 'verlichting' genoemd, omdat zij die deze ervaring ondergaan, geestelijk worden verlicht". H. Justinus, Eerste apologie, Apologetica contra Antonius Pius. 1,61,12: PG 6, 421, vert. Getijdenboek Lect. I,3,75 De gedoopte heeft in het Doopsel het Woord, "het ware licht dat iedere mens verlicht" (Joh. 1, 9), ontvangen. "Na het licht ontvangen te hebben" (Heb. 10, 32) is hij "kind van het licht" (1 Tess. 5, 5) en zelf "licht" (Ef. 5, 8) geworden:

Deze verlichting is de mooiste en prachtigste van alle gaven Gods (...). Wij noemen het gave, genade, onderdompeling, zalving, verlichting, kleed van onvergankelijkheid, bad van wedergeboorte, zegel en alles wat maar kostbaar is. Gave, omdat het toegediend wordt aan wie niets met zich meebrengen; genade, omdat het zelfs aan schuldigen gegeven wordt; onderdompeling, omdat de zonde in het water begraven wordt; zalving, omdat het heilig en koninklijk is (zoals ook de gezalfden het zijn); verlichting, omdat het een schitterend licht is; kleed, omdat het onze schaamte bedekt; bad, omdat het schoonwast; zegel, omdat het ons behoedt en waarmerkt als bezit van God. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 40,3-4: PG 36, 361C, vert uit Gr.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam