• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De dood maakt een einde aan het leven van de mens als de tijd waarin hij de in Christus zichtbaar geworden genade kan aanvaarden of verwerpen. Vgl. 2 Tim. 1, 9-10 Over het oordeel spreekt het Nieuwe Testament vooral in de zin van de uiteindelijke ontmoeting met Christus bij Zijn tweede komst, maar het bevestigt ook herhaaldelijk het loon dat ieder onmiddellijk na zijn dood zal ontvangen voor zijn werken en zijn geloof. De parabel van de arme Lazarus Vgl. Lc. 16, 22 en het woord van Christus op het kruis tot de goede moordenaar Vgl. Lc. 23, 43 spreken, evenals andere teksten in het Nieuwe Testament, Vgl. 2 Kor. 5, 8 Vgl. Fil. 1, 23 Vgl. Hebr. 9, 27 Vgl. Hebr. 12, 23 van een uiteindelijke lotsbestemming van de ziel Vgl. Mt. 16, 26 , die voor ieder verschillend kan zijn.

Alinea's in de marge van alinea 1021

De verrijzenis van alle doden, "van de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen" (Hand. 24, 15) zal aan het laatste oordeel voorafgaan. Het zal "het uur" zijn, "waarop allen die in de graven zijn, de stem van de Mensenzoon zullen horen. Dan zullen zij die het goede deden, eruit te voorschijn komen tot de opstanding ten leven, maar die het kwade deden, tot de opstanding ten oordeel" (Joh. 5, 28-29). Dan komt Christus "in zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen (...). Alle volken zullen voor Hem bijeengebracht worden en Hij zal ze in twee groepen scheiden, zoals de herder een scheiding maakt tussen schapen en bokken. De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand, maar de bokken aan zijn linker (...). En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven" (Mt. 25, 31.33.46).

Christus is de Heer van het eeuwig leven. Hem komt, als Verlosser van de wereld, ten volle het recht toe definitief te oordelen over de werken en de harten van de mensen. Hij heeft dit recht door zijn kruis "verworven". Daarom heeft de Vader "het oordeel geheel en al in handen van de Zoon gelegd" (Joh. 5, 22). Vgl. Joh. 5, 27 Vgl. Mt. 25, 31 Vgl. Hand. 10, 42 Vgl. Hand. 17, 31 Vgl. 2 Tim. 4, 1 Welnu, de Zoon is niet gekomen om te oordelen, maar om te redden Vgl. Joh. 3, 17 en het leven te geven dat in Hem is. Vgl. Joh. 5, 26 Door in dit leven de genade af te wijzen oordeelt eenieder reeds zichzelf, Vgl. Joh. 3, 18 Vgl. Joh. 12, 48 ontvangt loon naar werken Vgl. 1 Kor. 3, 12-15 en kan hij door de Geest van liefde af te wijzen zichzelf zelfs voor eeuwig verdoemen. Vgl. Mt. 12, 32 Vgl. Heb. 6, 4-6 Vgl. Heb. 10, 26-31

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 22 mei 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam