• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Verenigd met Christus door het doopsel hebben de gelovigen al werkelijk deel aan het hemelse leven van de verrezen Christus, Vgl. Fil. 3, 20 maar dit leven blijft "met Christus verborgen in God" (Kol. 3, 3). "En Hij heeft ons samen met Hem doen opstaan en zetelen in de hemelen, in Christus Jezus" (Ef. 2, 6). Gevoed met zijn lichaam in de eucharistie behoren wij reeds tot het lichaam van Christus. Wanneer wij op de laatste dag zullen verrijzen, zullen wij "met Hem verschijnen in heerlijkheid" (Kol. 3, 4).

Alinea's in de marge van alinea 1003

Volgens de heilige apostel Paulus deelt de gelovige door het Doopsel in de dood van Christus; hij wordt met Hem begraven en verrijst met Hem:

Gij weet toch dat de doop, waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood ? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden (Rom. 6, 3-4). Vgl. Kol. 2, 12

De gedoopten zijn "met Christus bekleed" (Gal. 3, 27). Door toedoen van de heilige Geest is het Doopsel een bad dat zuivert, heiligt en rechtvaardigt. Vgl. 1 Kor. 6, 11 Vgl. 1 kor. 12, 13

Op de drempel van zijn openbare leven: het doopsel; op de drempel van Pasen: de gedaanteverandering. Door het doopsel van Jezus "werd het mysterie van onze eerste wedergeboorte geopenbaard": ons doopsel; de gedaanteverandering "is het sacrament van de tweede wedergeboorte": onze eigen verrijzenis. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. 3,45,4 ad 2, vert. uit Lat. Voortaan hebben wij deel aan de verrijzenis van de Heer door de heilige Geest die werkzaam is in de sacramenten van het Lichaam van Christus. De gedaanteverandering geeft ons een voorproef van de komst in heerlijkheid van Christus "die ons armzalig lichaam zal herscheppen en het gelijkvormig zal maken aan zijn verheerlijkt lichaam" (Fil. 3, 21). Maar zij herinnert ons ook eraan dat "wij door vele kwellingen het rijk Gods moeten binnengaan" (Hand. 14, 22):
Dat had Petrus nog niet begrepen, toen hij met Christus wilde leven op de berg. Vgl. Lc. 9, 33 Hij bewaarde dat, Petrus, voor u tot na de dood. Maar nu zegt Hij zelf: daal af om op aarde te zwoegen, om op aarde veracht, gekruisigd te worden. Het Leven daalt af om zich te laten doden; het Brood daalt af om honger te hebben; de Weg daalde neer om onderweg vermoeid te raken; de Bron daalt af om dorst te hebben; en gij weigert te zwoegen? H. Augustinus, Sermones. 78,6, vert uit Lat.

Wanneer de Kerk bidt "onze Vader die in de hemel zijt", belijdt zij dat wij het Volk van God zijn, wij die reeds "zetelen in de hemelen, in Christus Jezus" (Ef. 2, 6), "met Christus verborgen in God" (Kol. 3, 3), en tegelijkertijd "zuchten, vol verlangen naar de beschutting van onze hemelse woning" (2 Kor. 5, 2)): Vgl. Fil. 3, 20 Vgl. Heb. 13, 14

Zij zijn in het vlees, maar zij leven niet naar het vlees. Zij wonen op aarde, maar hebben hun vaderland in de hemel. Apostolische Vader, Brief aan Diognetus. 5,8-9, vert. Getijdenboek Lect. I,3,108

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 5 januari 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam