Documentselectie: 
Home Actueel Dossiers Referenties Reactie Donatie Colofon
Zoek op trefwoord:
Of: zoek op datum: t/m

Deze site is er voor u,
uw gift is voor deze site.
Via iDEAL kunt u veilig en
snel uw gift overmaken.
Klik hier voor meer informatie.

► Idee, initiatief en verspreiding:
© Stichting InterKerk (contact)


► Techniek: © InterBrug

 Meer recente documenten »


Ecclesia Docens (13 mei 2013)
Reizen van de Pausen (11 mei 2013)

 Meer recente dossiers »
Pagina delen:
|

Armen en zwakken - Ps. 145, 2e helft

De Heer is allen nabij die Hem aanroepen en lofprijzen. Deze aloude wijsheid van de Kerk stelde paus Benedictus XVI centraal tijdens de algemene audiëntie op 8 februari. De paus gaf commentaar op het tweede deel van psalm 145 (Ps. 145, 14-21): Loflied op de majesteit van God.

Werden in het eerste deel van psalm 145 vooral Gods barmhartigheid, zachtaardigheid, getrouwheid en goedheid bezongen, die zich uitstrekt tot heel de mensheid en tot elk schepsel; in het tweede deel richt de psalmist zijn aandacht op de liefde die de Heer op bijzondere wijze reserveert voor armen en zwakken. Bijgevolg is de goddelijke koninklijke waardigheid noch onverschillig noch hoogmoedig, zoals soms gebeurt bij het uitoefenen van menselijke macht. God brengt immers zijn koninklijke waardigheid tot uitdrukking wanneer Hij zich neerbuigt over de zwaksten en de meest weerloze schepsels.

In feite is Hij allereerst een Vader die allen ondersteunt die dreigen te vallen en opricht, die gedeemoedigd zijn in het stof der vernedering (Ps. 145, 14). Deze levenden zien dus hoopvol uit naar de Heer, als waren zij uitgehongerde bedelaars, aan wie Hij, als zorgzame Vader, te rechtertijd spijs geeft om te leven (Ps. 145, 15).

Over de lippen van de bidder komt dan een geloofsbelijdenis aan beide goddelijke kwaliteiten bij uitstek: gerechtigheid en heiligheid. De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen, en heilig in al wat Hij doet (Ps. 145, 17). In het Hebreeuws hebben we twee typische bijvoeglijke naamwoorden om het verbond aan te geven zoals dat tussen God en zijn volk bestaat: ‘saddiq’ en ‘hasid’. Zij betekenen: gerechtigheid, die redden en bevrijden wil van het kwade; en trouw, die teken is van de liefdevolle grootheid van de Heer.

De psalmist plaatst zich aan de kant van degenen die weldaden hebben ontvangen en beschrijft dat. In oprecht gebed roept de ware gelovige de Heer aan met oprecht hart (Ps. 145, 18) en toont zich Godvrezend door zijn wil te respecteren en zijn woord te volgen (Ps. 145, 19). Maar vóór alles bemint de ware gelovige de Heer en vertrouwt erop geborgen te zijn onder de mantel van zijn bescherming en trouw (Ps. 145, 20).

Het laatste woord van de psalmist is hetzelfde als waarmee hij zijn hymne begon: een uitnodiging tot lofprijzing van God en zijn Naam, dat is zijn levende en heilige Persoon, die in de wereld en de geschiedenis werkt en verlost. Het is tevens een oproep aan ieder schepsel, dat het geschenk van het leven heeft ontvangen, om zich aan te sluiten bij de lofprijzing der gelovigen: Alles wat leeft prijze eeuwig zijn Naam (Ps. 145, 21). Het is een soort eeuwig lied, dat van de aarde opstijgt naar de hemel, een gemeenschappelijke viering van de universele liefde van God, bron van vrede, vreugde en verlossing.

(Samenvatting: Sef Adams / KN)

Publicatiedatum: 8 februari 2006