Homilie tijdens de Kerstnachtmis 1983
(Soort document: Z. Paus Johannes Paulus II - Homilie)
Paus Johannes Paulus II - 24 december 1983
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten: ► Geen documenten gevonden!
Vanuit dossiers: |
| Pagina delen: |
Paus Johannes Paulus II - 24 december 1983
|
'Wachter, hoever is de nacht?' (Jes. 21, 11). Zie, ik verkondig de Middernacht! |
||
|
Zing, o aarde!
Zing, want je bent uitverkoren, uitverkoren uit heel het universum. En heel het universum is uitverkoren samen met jou. Zing, o aarde! 'Laat de hemelen zich verheugen, laat juichen de aarde laat daveren de zee met alwat er in is; laat de velden jubelen met al wat er groeit, laat jubel ruisen de bomen in het woud' (Ps. 95, 11-12). Zing, o aarde, want je bent uitverkoren om de plaats te zijn van Gods geboorte in een menselijk lichaam. Laat heel de aarde zich verzamelen rond deze ene Middernacht! Laat spreken de kracht van al het geschapene! Spreek door het bestaan van alle geschapen werelden, Spreek met de taal van de mens! |
||
|
Zie, de mens spreekt.
Zijn naam is Lucas, evangelist. Hij zegt: 'voor haar (Maria) brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Zij wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe omdat er voor hen geen plaats was in de herberg' (Lc. 2, 6-7). Zo kwam ter wereld de Zoon van God. Maria was de vrouw van Jozef, uit het huis van David; van Jozef die timmerman was in Nazaret. Het Kind is in Bethlehem ter wereld gekomen omdat beiden, Maria en Jozef, daarheen gegaan waren vanwege de volkstelling die keizer Augustus verordend had. |
||
|
Dit heeft de mens gezegd.
Tegelijk met de mens spreekt de Engel van de Heer. Hij spreekt tot de herders, op het moment dat, in het midden van de diepe nacht van Betlehem, 'de heerlijkheid van de Heer hen omstraalde' (Lc. 2, 9). En de herders 'werden door grote vrees bevangen'. Dan zegt hij: 'Vreest niet! Zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk: heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult een pasgeboren kind vinden, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe' (Lc. 2, 10-12). De mens en de Engel spreken over hetzelfde feit en wijzen dezelfde plaats aan. De Engel spreekt over datgene wat de mens niet durft te zeggen: te Betlehem is ter wereld gekomen de Messias, dat is: de Gezalfde, Degene die de mensheid komt bezoeken in de kracht van de heilige Geest. Te Betlehem is op aarde geboren de Redder van de wereld. Hij is het die de aarde zal oordelen. Hij is het die de wereld rechtvaardig zal oordelen. Ja, Hij 'zal Zichzelf geven voor ons, om ons van alle ongerechtigheid te verlossen, en ons te maken tot een gereinigd volk dat Hem toebehoort .. .' 1 . Hij zal Zichzelf geven voor ons: ziedaar zijn Oordeel! |
||
|
'Wachter, hoever is de nacht?' 2 . Zie, ik verkondig de Middernacht ... |
||
|
Dus: laat juichen de aarde! Alleluja! |
||
| 1 | Vgl. Tit. 2, 14 |
| 2 | Vgl. Jes. 21, 11 |