Documentselectie: 
Home Actueel Dossiers Referenties Reactie Donatie Colofon
Zoek op trefwoord:
in
Of: zoek alineanr. in dit document
Of: zoek op datum: t/m

Naam: SACRAMENTORUM SANCTITATIS TUTELA
Afkondiging van de normen betreffende de meest ernstige delicten, voorbehouden aan de Congregatie voor de Geloofsleer
Soort: Z. Paus Johannes Paulus II - Motu Proprio
Auteur: Paus Johannes Paulus II
Datum: 30 april 2001
Copyrights: © AAS 93 (2001) 737-739
© 2010 Vert. uit het Latijn: Drs. J. Vijgen; alineaverdeling en -nummering: redactie

Internetadres
Print deze pagina
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document

Deze site is er voor u,
uw gift is voor deze site.
Via iDEAL kunt u veilig en
snel uw gift overmaken.
Klik hier voor meer informatie.

► Idee, initiatief en verspreiding:
© Stichting InterKerk (contact)


► Techniek: © InterBrug

Vanuit documenten:

► ...

Vanuit dossiers:

Pagina delen:
|
SACRAMENTORUM SANCTITATIS TUTELA
Afkondiging van de normen betreffende de meest ernstige delicten, voorbehouden aan de Congregatie voor de Geloofsleer
(Soort document: Z. Paus Johannes Paulus II - Motu Proprio)

Paus Johannes Paulus II - 30 april 2001

Sacramentorum sanctitatis tutela

De bescherming van de heiligheid van de Sacramenten, en vooral van de Allerheiligste Eucharistie en de Biecht, als ook de vrijwaring van de gelovigen, geroepen tot deelname aan God in de observantie van het zesde gebod van de Decaloog, verlangen dat, omwille van de zorg voor zieleheil, “dat in de Kerk steeds de hoogste wet moet zijn”  1 , de Kerk zelf tussenkomt met haar eigen pastorale zorg om de gevaren van schending te voorkomen.

Reeds in het verleden is hierin door Onze Voorgangers voorzien geworden door gepaste Apostolische Constituties over de heiligheid van de Sacramenten, en in het bijzonder van de Biecht, zoals door de constitutie van Paus Benedictus XIV Sacramentum Poenitentiae van 1 juni 1741 ; ook de canons van de Codex van het kerkelijk recht, afgekondigd in 1917, tezamen met hun bronnen, waardoor kerkelijke sancties waren vastgelegd tegen delicten van deze soort, waren op hetzelfde doel gericht  2 .


Om deze en daarmee verbonden delicten te pogen voorkomen, heeft in meer recente tijden de Allerheiligste Congregatie van het Heilig Officie met de instructie Crimen sollicitationis van 16 maart 1962, welke gericht was aan alle patriarchen, aartsbisschoppen, bisschoppen en andere plaatselijke ordinarii “ook van de oosterse ritus”, de te volgen procedure in zulke zaken vastgelegd aangezien de juridische competentie in deze, zowel langs administratieve als langs procedurele weg, exclusief aan haar was toevertrouwd. Er dient aan herinnerd te worden dat deze Instructie kracht van wet bezat vanaf het moment dat de Paus, volgens can. 247, § 1 van de Codex van het kerkelijk recht, afgekondigd in 1917, de Congregatie van het Heilig Officie voorzit en dat de Instructie voortkwam vanuit zijn persoonlijk gezag, aangezien de kardinaal van dienst op dat moment enkel fungeerde als secretaris.

Paus Paulus VI, ter zaliger nagedachtenis heeft deze juridische en administratieve competentie in de wijze van procedure “volgens de uitgebreide en goedgekeurde normen” met de Apostolische Constitutie over de Romeinse Curie Regimini Ecclesiae Universae, 36 van 15 augustus 1967 bevestigd.

Vervolgens, met het gezag dat ons eigen is, hebben wij in de Apostolische Constitutie Pastor Bonus, afgekondigd op 18 juni 1988, uitdrukkelijk bepaald: “{De Congregatie voor de Geloofsleer} behandelt delicten die tegen het geloof en ook meest zware delicten die tegen de zeden of bij de viering van de Sacramenten zijn begaan, die aan haar zijn voorgelegd, en - als dat nodig is - gaat zij voort tot het verklaren of opleggen van canonieke straffen volgens de norm van het gemene en het eigen recht”  3  en daarenboven de juridische competentie van dezelfde Congregatie voor de Geloofsleer als apostolisch Tribunaal bevestigd en nader bepaald.

Na onze goedkeuring van het Reglement voor het Onderzoek van Leerstellingen, was het daarenboven noodzakelijk meer precies te definiëren “de meest zware delicten die tegen de zeden of bij de viering van de Sacramenten zijn begaan”, waarvoor de competentie exclusief blijft toebehoren aan de Congregatie voor de Geloofsleer, en ook de bijzondere procedurele regels “om kerkrechtelijke sancties af te kondigen en op te leggen.”

Met deze Apostolische Brief, gegeven in de vorm van een motu proprio, hebben wij dit werk voltooid en daarom kondigen wij hierbij af de ‘Normen voor de meest zware delicten, voorbehouden aan de Congregatie voor de Geloofsleer’. Deze bevatten twee delen: het eerste deel bevat de wezenlijke normen; het tweede deel de procedurele normen. Wij sturen deze aan allen die het aanbelangen opdat ze deze getrouw en nauwkeurig opvolgen. Deze normen verkrijgen kracht van wet op de dag waarop ze zijn afgekondigd.

Niettegenstaand eenderwelke tegengestelde bepalingen, ook wanneer deze een bijzondere vermelding waard zijn.

Gegeven te Rome, bij de Stoel van Petrus,
30 april, de gedachtenis van de Heilige Paus Pius V, 2001,
het 23e jaar van mijn Pontificaat,

Paus Johannes Paulus II


1 Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1752
2 Paus Benedictus XIV - Apostolische Constitutie
Sacramentum Poenitentiae (1 juni 1741)">Sacramentum Poenitentiae van 1 juni 1741 ; ook de canons van de Codex van het kerkelijk recht, afgekondigd in 1917, tezamen met hun bronnen, waardoor kerkelijke sancties waren vastgelegd tegen delicten van deze soort, waren op hetzelfde doel gericht 3 
Z. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Over de hervorming van de Romeinse Curie, Pastor Bonus (28 juni 1988), 52
© AAS 93 (2001) 737-739
© 2010 Vert. uit het Latijn: Drs. J. Vijgen; alineaverdeling en -nummering: redactie