2e Vespers van het Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus - St. Pietersbasiliek
(Soort document: Paus Benedictus XVI - Homilie)
Paus Benedictus XVI - 19 juni 2009
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten:
Vanuit dossiers: |
| Pagina delen: |
Paus Benedictus XVI - 19 juni 2009
|
Geliefde broeders en zusters,
|
||
|
Gods hart beeft van medelijden! Vandaag, op het hoogfeest van Jezus’ Heilig Hart, biedt de Kerk dit mysterie aan ter contemplatie, het mysterie van het hart van een God wiens hart bewogen raakt en die heel Zijn liefde over de mensheid uitstort. Een mysterieuze liefde, die ons in de teksten van het Nieuwe Testament geopenbaard wordt als Gods onmetelijke medelijden met de mens. Hij legt zich niet neer bij de ondankbaarheid en zelfs niet bij de afwijzing van het volk dat Hij uitverkoren heeft; in tegendeel, met oneindige barmhartigheid zendt Hij Zijn enige Zoon in de wereld opdat Deze het lot van de vernietigde liefde op zich zou nemen; opdat Hij door de macht van het kwaad en de dood te overwinnen, de mens die slaaf geworden was door zijn zonde, de waardigheid van zoon zou kunnen teruggeven. Dit alles ten koste van een hoge prijs: de enige Zoon van de Vader offert zich op het kruis: “Jezus ... die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe”. 1 Symbool van deze liefde die verder gaat dan de dood, is Zijn hart dat door een lans doorboord is. Bij het zien daarvan, zegt de ooggetuige, de apostel Johannes: “een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit”. 2 |
||
|
Geliefde broeders en zusters, ik dank u omdat u met velen op mijn uitnodiging bent ingegaan om deel te nemen aan deze viering waarmee wij het Jaar van de Priester inzetten. Ik groet de Heren kardinalen en bisschoppen, in het bijzonder de kardinaal-prefect en de secretaris van de Congregatie voor de Clerus met hun medewerkers, en de bisschop van Ars. Ik groet de priesters en seminaristen van de verschillende seminaries en colleges van Rome; de mannelijke en vrouwelijke religieuzen, evenals alle gelovigen. Ik richt een bijzondere groet tot Zijne Zaligheid Ignatius Youssef Younan, patriarch van de Syriërs van Antiochië, die naar Rome gekomen is om mij te ontmoeten en openlijk uiting te geven aan de “ecclesiastica communio” die ik hem verleend heb. |
||
|
Geliefde broeders en zusters, laten we samen het doorboorde Hart van de Gekruisigde aanschouwen. Wij hoorden daarjuist in de korte lezing uit de brief van de heilige Paulus aan de Efeziërs, opnieuw: “God die rijk is aan erbarming, heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons met Christus ten leven gewekt (...) Hij heeft ons samen met Hem doen opstaan en zetelen in de hemelen, in Christus Jezus” (Ef. 2, 4-6). In Jezus Christus zijn, is reeds zetelen in de hemelen. In Jezus’ hart wordt de wezenlijke kern van het christendom uitgedrukt; in Christus werd ons heel de revolutionaire nieuwigheid van het Evangelie gegeven en geopenbaard: de Liefde die ons redt en ons reeds in Gods eeuwigheid laat leven. De evangelist Johannes schrijft: “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem geloof niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben” (Joh. 3, 16). Zijn Goddelijk hart doet dus een oproep tot ons hart; het vraagt ons uit onszelf te treden, onze menselijke zekerheden op te geven om ons vertrouwen in Hem te stellen en naar Zijn voorbeeld onszelf tot gave te maken van voorbehoudloze liefde.
|
||
|
Als het waar is dat Jezus’ uitnodiging “in Zijn liefde te blijven” 3 zich tot elke gedoopte richt, dan klinkt deze uitnodiging op het Hoogfeest van Jezus’ Heilig Hart, Dag voor de Heiliging van de Priesters, nog krachtiger voor ons, priesters, in het bijzonder deze avond, de plechtige aanzet van het Jaar van de Priester, dat ik heb willen uitroepen ter gelegenheid van de 150e verjaardag van de dood van de heilige pastoor van Ars. Een mooie en ontroerende uitspraak komt mij voor de geest, die in de Catechismus van de Katholieke Kerk staat: “Het priesterschap, dat is de liefde van het hart van Jezus”. 4 Hoe zouden we niet ontroerd zijn door de gedachte dat aan dit hart de gave van ons priesterambt rechtstreeks ontsprongen is? Hoe zouden we vergeten dat wij, priesters, gewijd zijn om nederig en met gezag, het algemeen priesterschap van de gelovigen te dienen? Onze zending is een onmisbare zending voor de Kerk en de wereld en vraagt totale trouw aan Christus en ononderbroken vereniging met Hem; ze vereist dat wij voortdurend naar heiligheid streven, zoals de heilige Jean-Marie Vianney. |
||
|
In de brief die ik tot u, geliefde broeders-priesters, gericht heb ter gelegenheid van dit bijzondere jubeljaar, heb ik bepaalde kenmerken van ons ambt willen belichten, verwijzend naar het voorbeeld en het onderricht van de heilige pastoor van Ars, model en beschermer van alle priesters, in het bijzonder van de pastoors. Moge mijn brief voor u een hulp en bemoediging zijn om van dit jaar een gunstige gelegenheid te maken om te groeien in de intieme omgang met Jezus die op u, Zijn bedienaars, rekent om Zijn Rijk te verspreiden en te versterken, om Zijn liefde, Zijn waarheid te verspreiden. Daarom “naar het voorbeeld van de heilige pastoor van Ars – zo heb ik mijn brief beëindigd – laat u door Hem veroveren en ook u zal, in de wereld van vandaag, boodschappers van hoop, verzoening en vrede zijn!”. 5 |
||
|
Zich helemaal laten veroveren door Christus! Dat is het doel geweest van heel het leven van de heilige Paulus, op wie onze aandacht gericht was in het Paulusjaar dat zijn einde nadert; dat was ook het doel van heel het ambt van de heilige pastoor van Ars die wij in dit Jaar van de Priester bijzonder aanroepen; moge dat ook het hoofddoel zijn van ieder van u. Om bedienaars te zijn in dienst van het Evangelie, zijn studie en een degelijke en permanente pastorale opleiding zeker nuttig en nodig, maar deze “wetenschap van de liefde” die men slechts leert van “hart tot hart” met Christus, is nog noodzakelijker. Inderdaad, Hij is het die ons roept om het brood van Zijn liefde te breken, om zonden te vergeven en de kudde in Zijn naam te leiden. Precies daarom mogen wij ons nooit verwijderen van de bron van de Liefde, namelijk Zijn doorboord hart op het kruis.
|
||
|
Alleen zo zullen wij in staat zijn doeltreffend mee te werken aan het mysterieuze “plan van de Vader” dat erin bestaat van “Christus het hart van de wereld te maken”! Een plan dat zich in de geschiedenis voltrekt, in de mate dat Jezus het hart van de mensenharten wordt, te beginnen met hen die geroepen zijn om dichter bij Hem te staan, de priesters. De “priesterlijke beloften” die wij hebben uitgesproken op de dag van onze wijding en die wij ieder jaar op Witte Donderdag in de Chrismamis hernieuwen, herinneren ons aan dit constante engagement. Zelfs onze gebreken, beperktheden en zwakheden moeten ons naar Jezus’ hart leiden. Inderdaad, als het waar is dat de zondaars bij het aanschouwen van Jezus, van Hem de noodzakelijke “smart van de zonden” moeten leren die hen terug bij de Vader brengt, geldt dat nog meer voor de heilige bedienaars. Hoe kunnen we hieromtrent vergeten dat niets de Kerk, het Lichaam van Christus, meer doet lijden dan de zonden van haar herders, in het bijzonder wanneer zij “rovers van de schapen” worden (Joh. 10, 1| e.v.), of wanneer zij de schapen misleiden met hun private leerstellingen of hen vangen in het net van zonde en dood? Ook voor ons, geliefde priesters, geldt de oproep tot bekering en toevlucht tot de Goddelijke barmhartigheid en wij moeten ook nederig tot Jezus’ hart de dringende en onophoudelijke vraag richten dat Hij ons behoede voor het verschrikkelijke gevaar kwaad te berokkenen aan hen die wij gehouden zijn te redden.
|
||
|
|
||