(Soort document: Catechismus-Compendium)
15 augustus 1997
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten: ► ...
Vanuit dossiers: ► ...
|
| Pagina delen: |
15 augustus 1997
|
Op de drempel van zijn openbare leven: het doopsel; op de drempel van Pasen: de gedaanteverandering. Door het doopsel van Jezus "werd het mysterie van onze eerste wedergeboorte geopenbaard": ons doopsel; de gedaanteverandering "is het sacrament van de tweede wedergeboorte": onze eigen verrijzenis. 1 Voortaan hebben wij deel aan de verrijzenis van de Heer door de heilige Geest die werkzaam is in de sacramenten van het Lichaam van Christus. De gedaanteverandering geeft ons een voorproef van de komst in heerlijkheid van Christus "die ons armzalig lichaam zal herscheppen en het gelijkvormig zal maken aan zijn verheerlijkt lichaam" (Fil. 3, 21). Maar zij herinnert ons ook eraan dat "wij door vele kwellingen het rijk Gods moeten binnengaan" (Hand. 14, 22):
Dat had Petrus nog niet begrepen, toen hij met Christus wilde leven op de berg. 2 Hij bewaarde dat, Petrus, voor u tot na de dood. Maar nu zegt Hij zelf: daal af om op aarde te zwoegen, om op aarde veracht, gekruisigd te worden. Het Leven daalt af om zich te laten doden; het Brood daalt af om honger te hebben; de Weg daalde neer om onderweg vermoeid te raken; de Bron daalt af om dorst te hebben; en gij weigert te zwoegen? 3 |
||
| 1 | H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. 3,45,4 ad 2, vert. uit Lat. |
| 2 | Vgl. Lc. 9, 33 |
| 3 | H. Augustinus, Sermones. 78,6, vert uit Lat. |