(Soort document: Catechismus-Compendium)
15 augustus 1997
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten: ► ...
Vanuit dossiers: ► ...
|
| Pagina delen: |
15 augustus 1997
|
De gewone bedienaars van het doopsel zijn de bisschop en de priester, en in de Latijnse Kerk ook de diaken. 1 2 In geval van nood mag iedereen die met de vereiste intentie bezield is, zelfs een niet-gedoopte, het doopsel toedienen gebruikmakend van de Trinitaire doopformule. 3 De vereiste intentie bestaat hierin, dat men wil doen wat de Kerk doet als ze het Doopsel toedient. De reden voor deze mogelijkheid ziet de Kerk in de universele heilswil van God 4 en in de noodzaak van het Doopsel voor het heil. 5
|
||
| 1 | Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 861. § 1 |
| 2 | Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 677. § 1 |
| 3 | Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 861. 2 |
| 4 | Vgl. 1 Tim. 2, 4 |
| 5 | Vgl. Mc. 16, 16 |