"Naar Christus kijken": kijken we nu nog kort naar de Gekruisigde boven het hoogaltaar. God heeft de wereld niet door het zwaard, maar door het kruis verlost. Stervend breidde Jezus de armen uit. Dit is op de eerste plaats een gebaar van passie, waarin Hij zich voor ons vastgenageld liet worden om ons Zijn leven te geven. Maar de uitgebreide armen zijn tegelijk de houding van de biddende, die de priester met zijn, tijdens het gebed uitgespreide armen overneemt: Jezus heeft de passie, Zijn lijden en Zijn dood tot een gebed omgevormd, in een act van liefde tot God en tot de mensen. Dat zijn de uitgespreide armen tenslotte ook een gebaar van de omarming, waarmee Hij ons naar zich toe wil trekken, in de handen van Zijn liefde wil opnemen. Zo is Hij het beeld van de levende God, God zelf, Hem mogen we ons toevertrouwen.
"Naar Christus kijken!". Wanneer wij dat doen, dan zien wij dat het christendom meer is en wat anders is dan een moraalsysteem, dan een serie van opdrachten en geboden. Het is het geschenk van een vriendschap, die in leven en in sterven dragend is: "Ik noem u geen knecht meer, maar vrienden", zegt de Heer tot de Zijnen. Aan deze vriendschap geven we ons over. Maar juist omdat het Christendom meer is dan moraal, zelfs het geschenk van een vriendschap, daarom draagt het in zich een grote morele kracht, die we zo nadrukkelijk nodig hebben bij de uitdagingen van onze tijd. Wanneer we met Jezus Christus en met Zijn Kerk de Decaloog van de Sinaï steeds opnieuw lezen en in haar innerlijke diepte binnendringen, dan toont het zijn grote richtinggevendheid.
- Het is op de eerste plaats een 'ja' tot God, tot een God, die ons lief heeft en die ons leidt, die ons draagt en ons toch ons onze vrijheid laat, ja, die ons juist tot vrijheid maakt (de eerste drie geboden);
- het is een 'ja' voor het gezin (vierde gebod);
- een 'ja' voor het leven (vijfde gebod);
- een 'ja' voor een verantwoordingsvolle liefde (zesde gebod);
- een 'ja' voor solidariteit, sociale verantwoordelijkheid en gerechtigheid (zevende gebod);
- een 'ja' voor de waarheid (achtste gebod);
- een 'ja' voor de waardigheid van andere mensen en datgene wat hen toebehoort (negende en tiende gebod).
Vanuit de kracht van onze vriendschap met de levende God leven wij deze veelvoudige 'ja' en dragen het tegelijk als een wegwijzer onze wereld in.
"Toon ons Jezus!" Met deze vraag aan de Moeder van de Heer hebben we ons naar hier begeven. Deze vraag begeleid ons ook op de weg in het dagelijks leven. En wij weten, dat zij onze bidden zal verhoren: ja, wanneer dan ook wij naar Maria kijken, toont zij ons Jezus. Zo kunnen we de goede weg vinden, haar stap voor stap gaan, zij die getroost zijn doen dit met vreugde, omdat de weg naar het licht voert, in de vreugde het eeuwige leven binnen.
Amen.