Uniciteit en heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en de Kerk
(Soort document: Congregatie voor de Geloofsleer)
6 augustus 2000
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten: ► Commentaar bij de "Antwoorden op vragen over enige aspecten aangaande de leer over de Kerk" / "Ad Catholicam Profundius" (4)
► ...
Vanuit dossiers: ► Oecumene
► Kerk
|
| Pagina delen: |
6 augustus 2000
|
||
|
De Heer Jezus gaf, voordat Hij opsteeg naar de hemel, aan zijn leerlingen de opdracht het Evangelie te verkondigen aan de hele wereld en alle volken te dopen:
De universele zending van de Kerk wordt geboren uit het gebod van Jezus Christus en in de loop der eeuwen gerealiseerd door de verkondiging van het mysterie van God, Vader, Zoon en Heilige Geest, en van het mysterie van de menswording van de Zoon, als heil brengende gebeurtenis voor heel de mensheid. Dat is de fundamentele inhoud van de christelijke geloofsbelijdenis:
|
||
|
In de loop van de eeuwen heeft de Kerk trouw het Evangelie van Jezus Christus verkondigd en er getuigenis van afgelegd. Maar aan het einde van het tweede millennium is die zending nog verre van voltooid. 3 Daarom zijn de woorden van de apostel Paulus over de missionaire opdracht van elke gedoopte gelovige nu actueler dan ooit: "De verkondiging van het Evangelie is voor mij geen reden te roemen, het is een plicht die op mij rust. Wee mij als ik het Evangelie niet verkondig!" (Kor. 9, 16). Vandaar de bijzondere aandacht van het Leergezag om redenen te geven voor en ondersteuning aan de zending van de Kerk tot evangelisering, bovenal in relatie tot de religieuze tradities van de wereld. 4 5 6 7
Met het oog op de waarden waarvan deze godsdiensten getuigen en die zij aan de mensheid aanbieden, verklaart het Tweede Vaticaans Concilie met een open en positieve benadering ten aanzien van de betrekking van de Kerk met niet-christelijke religies: "De katholieke Kerk verwerpt niets van wat waar en heilig is in deze godsdiensten. Zij heeft hoge achting voor de levens- en gedragswijze, de voorschriften en het onderricht die, ofschoon in vele opzichten verschillend van haar eigen leerstellingen, niettemin een straal weerspiegelen van die waarheid die alle mensen verlicht. 8 Voortgaande in deze gedachtelijn maakt de verkondiging van Jezus Christus, "de weg, de waarheid en het leven" (Joh. 14, 6), door de Kerk, vandaag de dag ook gebruik van de interreligieuze dialoog. Een dergelijk gesprek vervangt zeker niet de missio ad gentes, maar begeleidt haar veeleer, in de richting van dat "mysterie van de eenheid" waaruit "volgt dat alle mannen en vrouwen die gered zijn, delen, weliswaar onderscheiden, in hetzelfde geheim van de verlossing in Jezus Christus door de Heilige Geest". 9 10 Het gesprek tussen de godsdiensten, dat deel uitmaakt van de zending van de Kerk tot evangelisering 11 , vereist een houding van begrip en een relatie van onderlinge kennis en wederzijdse verrijking, in gehoorzaamheid aan de waarheid en met achting voor de vrijheid. 12 |
||
|
De praktijk en de theoretische verdieping van de dialoog tussen het christelijke geloof en de andere godsdienstige tradities werpen nieuwe vragen op waarop men probeert in te gaan door nieuwe wegen van onderzoek in te slaan, voorstellen te ontwikkelen en gedragswijzen te stimuleren die een nauwgezet onderscheidingsvermogen vereisen. De thans voorliggende verklaring wil de bisschoppen, theologen en alle katholieke gelovigen ten aanzien van deze thematiek enkele fundamentele elementen van de christelijke leer in herinnering brengen, die het theologisch onderzoek moeten helpen bij het ontwikkelen van oplossingen die overeenstemmen met het geloofsgoed en die antwoord geven op de culturele behoeften van onze tijd.
De taal waarin deze verklaring is opgesteld komt overeen met haar doel. Dit is niet: op organische wijze de problematiek van de uniciteit en de heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en van de Kerk te behandelen of oplossingen aan te dragen voor vragen die door de theologen vrij bediscussieerd worden. De verklaring wil veeleer de leer van het katholieke geloof ten aanzien van deze thematiek opnieuw presenteren, en tegelijkertijd enkele wezenlijke problemen aanstippen die open blijven staan voor verdere verdieping, en bepaalde onjuiste of tweeduidige posities afwijzen. Om die reden grijpt de verklaring terug naar de leer die in vroegere documenten van het Leergezag is onderwezen met het doel die waarheden te bekrachtigen die tot het geloofsgoed van de Kerk horen. |
||
|
De voortdurende missionaire verkondiging van de Kerk wordt tegenwoordig bedreigd door relativistische theorieën, die het religieuze pluralisme niet slechts de facto, maar ook de iure (of in principe) willen rechtvaardigen. Als gevolg daarvan worden waarheden beschouwd als achterhaald, zoals bijvoorbeeld het definitieve en volledige karakter van de openbaring van Jezus Christus, de aard van het christelijke geloof in verhouding tot de innerlijke overtuiging in de andere religies, de inspiratie van de boeken van de heilige Schrift, de personele eenheid tussen het eeuwige Woord en Jezus van Nazareth, de eenheid van de heilsorde van het vleesgeworden Woord en de Heilige Geest, de uniciteit en de heilbrengende universaliteit van Jezus Christus, de universele bemiddeling van het heil door de Kerk, de onscheidbaarheid - zij het in onderscheid - tussen het rijk van God, het rijk van Christus en de Kerk, de subsistentie van de ene Kerk van Christus in de katholieke Kerk.
De wortels van deze opvattingen zijn te vinden in bepaalde vooronderstellingen van zowel wijsgerige alsook theologische aard die het begrip en de aanvaarding van de geopenbaarde waarheid belemmeren. Enkele daarvan zijn: de overtuiging dat de goddelijke waarheid niet te vatten en uit te spreken is, zelfs niet door de christelijke openbaring; de relativistische houding tegenover de waarheid, volgens welke dat wat voor de een waar is, het voor een ander niet zou zijn; de radicale tegenstelling die tussen de logische denkwijze in het Avondland en de symbolische denkwijze in het Oosten bestaat; het subjectivisme van hen die het verstand als enige bron van kennis aanvaarden en die aldus het vermogen verliezen "de blik naar boven te keren om het avontuur aan te gaan, tot de waarheid van het zijn te komen"; 13 de moeilijkheid te begrijpen en te aanvaarden dat er in de geschiedenis definitieve en eschatologische gebeurtenissen zijn; het beroven van de gebeurtenis van de menswording van de eeuwige Logos in de tijd van haar metafysische dimensie, die wordt teruggebracht tot een loutere verschijning van God in de geschiedenis; het eclecticisme van hen die in het theologisch onderzoek ideeën overnemen die uit verschillende wijsgerige en religieuze stromingen stammen, zonder zich te bekommeren om hun logica en systematische samenhang alsmede om de verenigbaarheid met de christelijke waarheid; tenslotte de tendens de heilige Schrift te lezen en te verklaren zonder rekening te houden met de overlevering en het kerkelijke Leergezag. Wanneer men van dergelijke vooronderstellingen uitgaat die in verschillende nuanceringen nu eens als beweringen, dan weer als hypothesen optreden, worden theologische voorstellen uitgewerkt waarin de christelijke openbaring en het mysterie van Jezus Christus en van de Kerk hun karakter als absolute en universele heilswaarheid verliezen of er minstens een schaduw van twijfel en onzekerheid overheen werpen. |
||
| ► | - | De volheid en het definitieve karakter van de openbaring van Jezus Christus | |
| ► | - | De vleesgeworden logos en de Heilige Geest in het heilswerk | |
| ► | - | De Uniekheid en de universaliteit van het heilsmysterie van Jezus Christus | |
| ► | - | De uniekheid en eenheid van de Kerk | |
| ► | - | Kerk, rijk van God en rijk van Christus | |
| ► | - | De Kerk en de religies in relatie tot het heil | |
| ► | - | Slot |