Documentselectie: 
Home Actueel Dossiers Referenties Reactie Donatie Colofon
Zoek op trefwoord:
in
Of: zoek alineanr. in dit document
Of: zoek op datum: t/m

Naam: DONUM VITAE
Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Congregatie voor de Geloofsleer
Datum: 22 februari 1987
Copyrights: © 1987, Archief van Kerken, jrg. 42 nr. 5 (blz. 353-379)

Internetadres
Print deze pagina
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document

Deze site is er voor u,
uw gift is voor deze site.
Via iDEAL kunt u veilig en
snel uw gift overmaken.
Klik hier voor meer informatie.

► Idee, initiatief en verspreiding:
© Stichting InterKerk (contact)


► Techniek: © InterBrug

Vanuit documenten:

► ...

Vanuit dossiers:

Pagina delen:
|
DONUM VITAE
Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting
(Soort document: Congregatie voor de Geloofsleer)

Congregatie voor de Geloofsleer - 22 februari 1987

DONUM VITAE
Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting
SECTIE 2  -  INGREPEN OP DE MENSELIJKE VOORTPLANTING
HOOFDSTUK 1  -  Heterologe kunstmatige bevruchting
PARAGRAAF 3  -  Is het draagmoederschap moreel geoorloofd?

Neen, draagmoederschap  1  is moreel niet geoorloofd en wel om dezelfde redenen die tot het afwijzen van de heterologe kunstmatige bevruchting leiden: het is namelijk in strijd met de eenheid van het huwelijk en de waardigheid van de voortplanting van de menselijke persoon.

Het draagmoederschap vormt een objectief vergrijp tegen de verplichtingen van de moederlijke liefde, de echtelijke trouwen het verantwoorde moederschap; het schendt de waardigheid en het recht van het kind om ontvangen, in de schoot gedragen, ter wereld gebracht en te worden opgevoed door de eigen ouders; het voert tot nadeel van het gezin een scheiding in tussen de fysieke, psychische en morele bestanddelen waaruit het bestaat.


1 Onder de benaming 'draagmoeder' verstaat deze instructie: a. de vrouw die een in haar baarmoeder ingeplant embryo draagt dat haar genetisch vreemd is, omdat het verkregen werd door de vereniging van gameten van 'donors', met de verplichting om, wanneer het kind eenmaal wordt geboren, dit af te staan aan degene die deze zwangerschap heeft opgedragen of met wie deze is overeengekomen; b. de vrouw die een embryo uitdraagt aan het ontstaan waarvan zij heeft bijgedragen door het geven van haar eigen eicel, welke is bevrucht door de inseminatie met het sperma van een andere man dan haar echtgenoot, en met de verplichting om, wanneer het kind eenmaal is geboren, dit af te staan aan degene die deze zwangerschap heeft opgedragen of met wie deze is overeengekomen.
© 1987, Archief van Kerken, jrg. 42 nr. 5 (blz. 353-379)