Over de Kerk
(Soort document: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie)
21 november 1964
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
21 november 1964
| LUMEN GENTIUM Over de Kerk |
|||
| ► | HOOFDSTUK 2 | - | Het Volk Gods |
| ► | ARTIKEL 9 | - | De missionaire prediking van de Kerk |
|
Want zoals de Zoon gezonden is door de Vader, heeft ook Hijzelf de apostelen gezonden 1 met de woorden: "Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en leert hen te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld" (Mt. 28, 18-20). Dit plechtig bevel van Christus om de heilswaarheid te verkondigen, is van de apostelen overgegaan op de Kerk, die het moest uitvoeren tot aan het uiteinde der aarde 2 . Daarom neemt de Kerk de woorden over van de apostel: "Wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig!" (1 Kor. 9, 16) en daarom blijft zij onophoudelijk missionarissen zenden, totdat de nieuw gestichte kerken haar volledige structuur hebben en op haar beurt het werk van de Evangelieprediking kunnen voortzetten. Want de Heilige Geest stuwt de Kerk om mee te werken aan de verwezenlijking van het plan van God, die Christus tot beginsel van heil heeft gesteld voor de gehele wereld. Door de Evangelieprediking nodigt de Kerk de hoorders uit tot het geloof en tot de belijdenis van het geloof bereidt hen voor op het doopsel, bevrijdt hen van het geloof, bereidt hen voor op het doopsel, bevrijdt hen van de slavernij der dwaling en lijft hen in in Christus, opdat zij door de liefde naar Hem toe groeien tot de volle maat. Door haar arbeid weet de Kerk al wat er aan goeds ligt verborgen in het hart en de geest van de mensen of in de eigen riten en culturen van de volken, niet alleen te behouden, maar te genezen, te veredelen en tot volmaaktheid te brengen, tot eer van God, tot beschaming van de duivel en tot geluk van de mens. Op iedere leerling van Christus rust de plicht om, overeenkomstig zijn mogelijkheden, het geloof te verbreiden. 3 4 5 Maar al kan iedereen aan de gelovigen het doopsel toedienen, toch is het de taak van de priester, de opbouw van het Lichaam te voltooien door het eucharistisch offer en zó Gods woorden, gesproken door de profeet, in vervulling te doen gaan: "Van de opgang der zon tot aan haar ondergang is mijn naam groot onder de volken; op iedere plaats wordt mijn naam een wierookoffer en een reine offerande gebracht" (Mal. 1, 11) 6 7 8 9 Zo blijft dus de Kerk bidden en werken, opdat de wereld in haar geheel wordt omgevormd tot volk van God, lichaam van de Heer en tempel van de Heilige Geest, en in Christus, het Hoofd van allen, aan de Schepper en Vader van het heelal alle eer en glorie wordt gebracht. |
||
| 1 | Vgl. Joh. 20, 21. |
| 2 | Vgl. Hand. 1, 8 |
| 3 | Paus Benedictus XV, Apostolische Brief, Over de verkondiging van het geloof over de gehele wereld, Maximum Illud (30 nov 1919), 1.29-36. -38 |
| 4 | Paus Pius XII, Encycliek, Over de toestand van de Afrikaanse missie, Fidei donum (21 apr 1957), 15-17 |
| 5 | Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de Katholieke Missie, Rerum Ecclesiae (28 feb 1926), 68-69 |
| 6 | Vgl. Apostolische Vader, Onderwijs van de Twaalf Apostelen, Didachè. 14: ed. Funk, I, p. 32. |
| 7 | Vgl. H. Justinus, Dialoog met de Jood Tryphon, Dialogus cum Tryphone Judaeo. 41: P.G. 6, 564 |
| 8 | Vgl. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. IV, 17, 5; P.G. 7, 1023; Harvey, 2, p. 199s |
| 9 | Vgl. Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 5 |