Documentselectie: 
Home Actueel Dossiers Referenties Reactie Donatie Colofon
Zoek op trefwoord:
in
Of: zoek alineanr. in dit document
Of: zoek op datum: t/m

Naam: GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0724, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum

Internetadres
Print deze pagina
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document

Deze site is er voor u,
uw gift is voor deze site.
Via iDEAL kunt u veilig en
snel uw gift overmaken.
Klik hier voor meer informatie.

► Idee, initiatief en verspreiding:
© Stichting InterKerk (contact)


► Techniek: © InterBrug

Vanuit documenten:

► ...

Vanuit dossiers:

► ...

GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(Soort document: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie)

7 december 1965

GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
   INLEIDING - DE SITUATIE VAN DE MENS IN DE MODERNE WERELD
Hoop en angst

Wil de Kerk deze taak kunnen vervullen, dan moet zij voortdurend de tekenen van de tijd bestuderen en ze trachten te verklaren in het licht van het Evangelie, om zo, op een voor iedere generatie verstaanbare wijze, antwoord te kunnen geven op de eeuwige vragen van de mensen omtrent de zin van het tegenwoordige en toekomstige leven en hun onderlinge verhouding. Het is daarom nodig, dat wij de wereld, waarin wij leven, met haar verwachtingen, haar idealen en haar vaak dramatische trekken, leren kennen en begrijpen. Enkele meer markante trekken van de moderne wereld kunnen als volgt worden omschreven.

Op het ogenblik beleeft de mensheid een nieuw tijdperk van haar geschiedenis, gekenmerkt door diep ingrijpende en snelle veranderingen, die zich geleidelijk uitbreiden over de gehele wereld. Voortgekomen uit het intellect en het creatief vermogen van de mens, hebben deze ook een terugslag op de mens, op zijn individuele en collectieve visies en verlangens, op zijn manier van denken en handelen met betrekking tot mensen en dingen. Zo kunnen wij spreken van een echte sociale en culturele omvorming, die haar invloed doet gelden ook op het godsdienstig leven.

Zoals bij iedere groeicrisis, brengt deze omvorming grote moeilijkheden met zich mee. Bijvoorbeeld: terwijl de mens zijn macht enorm uitbreidt, slaagt hij er toch niet altijd in, deze te beheersen. Terwijl hij steeds dieper tracht door te dringen in zijn innerlijk, blijkt hij dikwijls minder zeker van zich zelf. Terwijl hij geleidelijk aan de wetten van het sociale leven duidelijker ziet, is hij aarzelend omtrent de richting, die hij er aan moet geven.

Nog nooit bezat de mensheid zulk een rijkdom, zulke mogelijkheden en zulk een economische macht; en toch wordt een zeer groot deel van de wereldbevolking nog gekweld door honger en gebrek en zijn er grote massa’s analfabeten. Nog nooit hebben de mensen zulk een sterk gevoel gehad voor vrijheid, en toch zien wij nieuwe vormen van sociale en psychische slavernij ontstaan. Terwijl de wereld haar eenheid en de onderlinge afhankelijkheid van de individuen in een noodzakelijke solidariteit zo scherp aanvoelt, wordt zo toch door tegenstrijdige krachten heftig in tegenovergestelde richtingen gedreven, want nog steeds bestaan er felle onenigheden op politiek, sociaal, economisch, racistisch en ideologisch gebied; en het gevaar voor een alles vernietigende oorlog is niet denkbeeldig. Terwijl de mogelijkheid van ideeënuitwisseling steeds groter wordt, hebben de formuleringen zelf van de meest belangrijke begrippen een totaal verschillende betekenis in de afzonderlijke ideologieën. Men geeft zich eindelijk alle moeite om een volmaaktere tijdelijke orde op te bouwen, maar de geestelijke groei houdt daarmee geen gelijke tred.

Ten gevolge van deze verwarde situatie zijn zeer velen in onze tijd niet in staat de blijvende waarden werkelijk te onderscheiden en deze harmonisch in overeenstemming te brengen met de nieuw ontdekte waarden. Heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees, vragen zij zich vol onrust af, waar het heen moet met de wereld. Deze toestand daagt de mens uit, ja dwingt hem tot een antwoord.

© 1968, Ecclesia Docens 0724, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum