Documentselectie: 
Home Actueel Dossiers Referenties Reactie Donatie Colofon
Zoek op trefwoord:
in
Of: zoek alineanr. in dit document
Of: zoek op datum: t/m

Naam: OMNIUM IN MENTEM
Over de aanpassing van enige artikelen uit de Codex Iuris Canonici (1983)
Soort: Paus Benedictus XVI - Motu Proprio
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 26 oktober 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Werkvertaling Stg. InterKerk, Wassenaar
Aan deze vertaling kunnen geen rechten worden ontleend.

Internetadres
Print deze pagina
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document

Deze site is er voor u,
uw gift is voor deze site.
Via iDEAL kunt u veilig en
snel uw gift overmaken.
Klik hier voor meer informatie.

► Idee, initiatief en verspreiding:
© Stichting InterKerk (contact)


► Techniek: © InterBrug

Vanuit documenten:

Vanuit dossiers:

Diaken

Pagina delen:
|
OMNIUM IN MENTEM
Over de aanpassing van enige artikelen uit de Codex Iuris Canonici (1983)
(Soort document: Paus Benedictus XVI - Motu Proprio)

Paus Benedictus XVI - 26 oktober 2009

Omnium in mentem

De Apostolische Constitutie Sacrae Disciplinae Leges, gepromulgeerd op 25 januari 1983, heeft iedereen in herinnering geroepen  1  dat de Kerk, als een gemeenschap dat aan de ene kant spiritueel en zichtbaar is, maar ook hiërarchisch gestructureerd, juridische normen vereist, "opdat bij de uitoefening van de taken, die door God haar toevertrouwd zijn, vooral in de uitoefening van het heilig gezag en de toediening van de Sacramenten, zij op de juiste wijze is georganiseerd." De normen dienen aan de ene kant weer te geven, de eenheid tussen het theologisch leergezag en het canonieke recht en, aan de andere kant, de pastorale toepasbaarheid van de voorschriften waarbij de kerkelijke ordening is ingericht ten behoeve van het welzijn van de zielen.

Om meer effectief de noodzaak tot doctrinaire eenheid te waarborgen en de pastorale toepassing heeft de hoogste kerkelijke leiding, na zorgvuldige beraadslagingen, besloten om waar nodig de geschikte aanpassingen te maken of extra canonieke normen toe te voegen. Dat is de reden dat geleid heeft om de huidige brief, die twee onderwerpen heeft, te promulgeren.

Allereerst in can. 1008 en canon 1009 van Codex Iuris Canonici, over het Sacrament van de Heilige Wijding is de essentiële onderscheiding tussen het algemeen priesterschap van de gelovigen en het ministeriële priesterschap herbevestigd, terwijl het verschil tussen het episcopaat, het priesterschap en het diaconaat duidelijk is gemaakt. Waar mijn vereerde voorganger Johannes Paulus II, na consultatie van de vaders van de Congregatie voor de Geloofsleer, opdracht heeft gegeven om de tekst van nummer 875 van de Catechismus van de Katholieke Kerk aan te passen om de leer over de diakens, zoals deze gevonden wordt in de dogmatische constitutie Lumen Gentium (nr. 29) van het Tweede Vaticaans Concilie, beter tot uitdrukking te laten komen, heb ik besloten dat het canoniek recht wat dit onderwerp betreft op gelijke wijze aangepast wordt. Daarom heb ik, na consultatie van de Pauselijke Raad voor de Interpretatie van Wetsteksten, gedecreteerd dat de woorden van hier bovengenoemde canons zullen worden gewijzigd zoals hieronder aangegeven.

Aangezien de Sacramenten dezelfde zijn in de gehele Kerk, heeft alleen het hoogste gezag in de Kerk de competentie om goed te keuren of vast te stellen wat nodig is voor haar validiteit en om vast te stellen welke riten gevolgd moeten worden om haar te vieren  2 . Dit alles is ook van toepassing op de vorm die gevolgd moet worden bij de viering van het huwelijk, wanneer ten minste één van de partners gedoopt is in de Katholieke Kerk  3 .

De Codex Iuris Canonici echter schrijft voor dat de gelovigen, die de Kerk hebben verlaten "op een formele wijze", niet gebonden zijn aan de kerkelijke wetten met betrekking tot de canonieke vorm van het huwelijk  4 , dispensatie van de ongelijkheid van cultus  5  evenals de noodzaak van toestemming in het geval van een gemengd huwelijk  6 . De onderliggende reden van de uitzondering van de algemene norm van can. 11 was om te waarborgen dat huwelijken aangegaan door die leden van de gelovigen nietig zouden zijn tengevolge van een gebrek in de vorm of door de belemmering tengevolge van de ongelijkheid van cultus.

De ervaring heeft echter geleerd dat deze nieuwe wet aanleiding was tot tal van pastorale problemen. Allereerst in individuele gevallen bleek de definitie en praktische vaststelling van deze formele wijze van scheiding door de Kerk moeilijk zowel vanuit een theologisch als vanuit een canoniek standpunt. Inderdaad leek het alsof de nieuwe wet, op zijn minst indirect, apostasie mogelijk te maken of zelfs aan te moedigen in die gebieden waar het aantal Katholieken niet zo talrijk zijn of waar onrechtvaardige huwelijkswetten onderscheid maken tussen burgers op basis van hun geloof. De nieuwe wet maakt het ook moeilijk voor de gedoopte personen terug te keren die, na het mislukken van een eerder huwelijk, een grote wens hebben om een nieuwe canoniek huwelijk aan te gaan. Tenslotte, naast andere zaken, werden veel van deze huwelijken feitelijk voor de Kerk "clandestiene" huwelijken.

In het kader van het bovenstaande en na zorgvuldige overweging van de inzichten van de vaders van de Congregatie voor de Geloofsleer en de Pauselijke Raad voor de Interpretatie van Wetsteksten, alsmede van die Bisschoppenconferenties die geconsulteerd werden met betrekking tot de pastorale voordelen over het behoud of de weglating van de uitzonderingen van de algemene norm van can. 11, bleek het noodzakelijk om deze norm weg te laten, die ingebracht is in de corpus van het canoniek recht dat nu van kracht is.

Daarom besluit ik dat de woorden van canon 1117 in dit zelfde Wetboek worden weggelaten: “en haar niet bij formele akt verlaten heeft”, evenals de woorden van canon 1086 § 1: “en haar niet bij formele akt verlaten heeft” en eveneens de woorden van canon 1124: “en haar niet bij formele akt verlaten heeft”.

Op dezelfde wijze, gehoord hebbende Congregatie voor de Geloofsleer en de Pauselijke Raad voor de Interpretatie van Wetsteksten, en na navraag gedaan te hebben onder mijn vereerde broeders, de Kardinalen van de Heilige Roomse Kerk die aan de leiding staan van de dicasterieën van Romeinse Curie besluit ik het volgende:

Art. 1

De tekst van canon 1008 van het Wetboek van Canoniek Recht wordt aangepast zodat het in het vervolg zal luiden:
"Door het Wijdingssacrament worden krachtens goddelijke instelling sommigen onder de christengelovigen, door een onuitwisbaar merkteken waarmee ze getekend worden, aangesteld als gewijde bedienaren; zij worden namelijk gewijd en bestemd om, ieder volgens zijn graad, het Volk van God mogen dienen volgens een nieuwe specifieke titel."
Art. 2

Vervolgens zal canon 1009 van het Wetboek van Canoniek Recht uit drie paragrafen bestaan. In de eerste en tweede van deze, blijft de tekst van de huidige canon behouden, waarbij de nieuwe tekst van de derde paragraaf zodanig zal zijn dat canon 1009 §3 zal luiden:
Zij die geroepen zijn tot de Wijding van het episcopaat of het presbyteraat ontvangen de zending en de volmacht om “in personae Christi” te handelen; de diakens daarentegen de kracht het Volk van God in de diaconie van de liturgie, het woord en de liefde te dienen.
Art. 3

De tekst van canon 1086 § 2 van de Codex Iuris Canonici wordt gewijzigd in:
Het huwelijk tussen twee personen van wie de ene gedoopt is in de katholieke Kerk of in haar is opgenomen en van wie de andere niet gedoopt is, is ongeldig.
Art. 4

De tekst van canon 1117 van de Codex Iuris Canonici wordt gewijzigd in:
De boven vastgestelde vorm moet in acht genomen worden, indien ten minste één van beide partijen die het huwelijk sluiten in de katholieke Kerk gedoopt is of hierin opgenomen, behoudens de voorschriften van can. 1127, § 2.
Art. 5

De tekst van canon 1124 van de Codex Iuris Canonici wordt gewijzigd in:
Het huwelijk tussen twee gedoopte personen, van wie de ene in de katholieke Kerk gedoopt of hierin na het Doopsel opgenomen is en van wie de andere ingeschreven is in een Kerk of kerkelijke gemeenschap die niet in volledige gemeenschap leeft met de katholieke Kerk, is zonder uitdrukkelijk verlof van de bevoegde overheid verboden.
Afsluiting

Wat wij ook met dit Apostolisch Schrijven in de vorm van een Motu Proprio hebben bepaald, is naar onze aanwijzing zeker en geldig, ook wanneer iets tegengesteld aan is en zelfs wanneer dit een bijzondere vermelding waard zou zijn. Wij bevelen dat dit door de officiële publicatie in de Acta Apostolicae Sedis gepromulgeerd wordt.
Gegeven te Rome, bij de Heilige Petrus, op 26 oktober 2009,
in het vijfde jaar van mijn pontificaat.

Paus Benedictus XVI.


1 Red.: Omnium in mentem
2 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 841
3 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 11.1108
4 Pauselijke Raad voor Wetsteksten
Actus formalis defectionis ab Ecclesia Catholica
Bij formele akt verlaten van de Katholieke Kerk (13 maart 2006)">op een formele wijze", niet gebonden zijn aan de kerkelijke wetten met betrekking tot de canonieke vorm van het huwelijk 5 
Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1086
6 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1124
© 2009, Libreria Editrice Vaticana
Werkvertaling Stg. InterKerk, Wassenaar
Aan deze vertaling kunnen geen rechten worden ontleend.