Opent de deuren voor de Verlosser
(Soort document: Z. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief)
Paus Johannes Paulus II - 6 januari 1983
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten:
Vanuit dossiers: |
| Pagina delen: |
Paus Johannes Paulus II - 6 januari 1983
| Verzoening met God | ||
|
De buitengewone viering van het jubileum van de Verlossing wil voor alles onder de zonen van de katholieke Kerk het bewustzijn verlevendigen “dat zij hun verheven levensstaat niet aan hun eigen verdiensten maar aan een bijzondere genade van Christus te danken hebben. Indien zij aan die genade niet beantwoorden met gedachte, woord en werk, zullen ze geenszins gered, maar veeleer strenger veroordeeld worden” 1 .
Bijgevolg moet iedere gelovige zich vooral geroepen weten tot een persoonlijke inzet voor boete en vernieuwing, aangezien dit de blijvende conditie is van de Kerk zelf “die, terzelfder tijd heilig en altijd tot uitzuivering geroepen, onophoudelijk de boetvaardigheid en de levensvernieuwing nastreeft” 2 , volgens de oproep die Christus gericht heeft tot de menigte aan het begin van Zijn zending: “Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap” (Mc. 1, 15). Wat deze bijzondere inzet betreft ligt het Jaar dat wij gaan vieren, in de lijn van het heilig jaar 1975 waaraan mijn vereerde voorganger Paulus VI als eerste doel de vernieuwing in Christus en de verzoening met God heeft gegeven 3 . De geestelijke vernieuwing moet inderdaad door boete en bekering heengaan, zowel als innerlijke en blijvende houding van de gelovige en als deugdbeoefening die beantwoordt aan de oproep van de apostel “laat u met God verzoenen” (2 Kor. 5, 20), alsook om deelachtig te worden aan Gods vergeving door middel van het sacrament van de boete. Het is werkelijk een eis van zijn conditie zelf in de Kerk dat iedere katholiek niets nalaat om in het leven van de genade te blijven en alles doet om te vermijden dat hij in de zonde valt, opdat hij steeds in staat zal zijn te delen in het Lichaam en Bloed van de Heer en zo de gehele Kerk bijstaat door zijn eigen heiliging en door zijn steeds meer oprechte inzet in dienst van de Heer. |
||
| 1 | 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 14 |
| 2 | 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 14 |
| 3 | Vgl. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Uitroepen van het Heilig Jaar 1975, Apostolorum Limina (13 mei 1974), 1 |