Sala degli Svizzeri, Castel Gandolfo
(Soort document: Paus Benedictus XVI - Toespraak)
Paus Benedictus XVI - 25 september 2006
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten: ► Geen documenten gevonden!
Vanuit dossiers: |
Paus Benedictus XVI - 25 september 2006
| TOT DE AMBASSADEURS VAN LANDEN, MET EEN MOSLIMMEERDERHEID, GEACCREDITEERD BIJ DE HEILIGE STOEL EN VERTEGENWOORDIGERS VAN ENKELE MOSLIMGEMEENSCHAPPEN IN ITALIë Sala degli Svizzeri, Castel Gandolfo |
Ik ben verheugd u bij deze ontmoeting te mogen ontvangen. Het was mijn wens om de verbondenheid tussen de Heilige Stoel en de moslimgemeenschap in de wereld te verstevigen door een teken van vriendschap en solidariteit. Ik dank de heer Kardinaal Paul Poupard, president van de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog, voor de woorden die hij tot mij gericht heeft. Evenzeer dank ik allen, dat zij mijn uitnodiging hebben aangenomen. De omstandigheden, die tot deze ontmoeting geleid hebben, zijn welbekend. Al gedurende de vorige week heb ik de gelegenheid genomen hier op in te gaan. In deze context wil ik vandaag de grote eerbied en het diepe respect bekrachtigen, die ik heb jegens de moslimgelovigen. Daarbij roep ik in herinnering, wat het Tweede Vaticaans Concilie hierover zegt en dat voor de Katholieke Kerk als een "Magna Carta" van de dialoog tussen de Islam en het Christendom beschouwd: "De Kerk beschouwt ook met hoogachtig de Moslims, die de éne, levende en uit zichzelf bestaande, barmhartige en almachtige God aanbidden, de Schepper van hemel en aarde, die gesproken heeft tot de mensen. Zij trachten zich met heel hun hart ook aan zijn verborgen raadsbesluiten te onderwerpen, zoals Abraham, op wie het Islamitisch geloof zich zo graag beroept, zich aan God onderwierp." 1 . Omdat ik mij nadrukkelijk in deze verklaring terugvind, heb ik sinds het begin van mijn pontificaat te kennen gegeven, dat met de gelovigen van alle religies de bruggen van vriendschap verstevigd worden; dit tegelijk met bijzondere waardering voor de groeiende dialoog tussen Islam en Christenen 2 . Zoals ik vorig jaar in Keulen gezegd heb, mag de interreligieuze en interculturele dialoog tussen christenen en moslims "niet worden teruggebracht tot een vrijblijvende beslissing. Die dialoog is werkelijk een wezenlijke noodzaak, waarvan onze toekomst grotendeels afhangt." 3 . |
||
| Bekijk alinea 1 in zijn context | ||
|
In een wereld, die door relativisme gekenmerkt wordt en die zo vaak de transcendentie van het universele van de rede uitsluit, hebben we zeker een echte dialoog nodig tussen de religies en culturen. Een dialoog, die ons kan helpen, gemeenschappelijk alle spanningen te overwinnen in een geest van vruchtbare samenwerking. Voortgaand met het werk dat mijn voorganger, Paus Johannes Paulus II, gedaan heeft bid ik van ganser harte dat de relaties van vertrouwen, die zich ontwikkeld hebben tussen christenen en moslims gedurende vele jaren, niet alleen door zullen blijven gaan, maar zich verder ontwikkelen in een geest van echte en respectvolle dialoog, gebaseerd op een steeds authentiekere wederzijdse kennis dat, met vreugde, de religieuze waarden erkent die we gemeenschappelijk hebben, en, met loyaliteit, de verschillen respecteert. De interreligieuze en interculturele dialoog is noodzakelijk om de wereld van vrede en broederlijkheid op te bouwen waarnaar alle mensen van goede wil zo vurig verlangen. Wat dat betreft verwachten onze tijdgenoten een klare getuigenis dat in staat is om alle mensen de waarden van de religieuze dimensie van het leven te laten zien. Tegelijk moet ook getrouw de leer van ieders eigen religieuze tradities plaatsvinden, christenen en moslims moeten leren samen te werken, wat al in zoveel gemeenschappelijke ervaringen het geval is, om iedere vorm van intolerantie tegen te gaan en tegenstand op te werpen tegen iedere uiting van geweld. En wij, religieuze autoriteiten en politieke leiders, moeten hen leiden en aanmoedigen in deze richting. Inderdaad,
De lessen uit het verleden moeten ons daarbij helpen om wegen van verzoening te vinden, zodat we in respect voor de identiteit en de vrijheid van iedereen samenwerken in dienst van de gehele mensheid, die rijk is aan vruchten. Zoals Paus Johannes Paulus II in zijn gedenkwaardige toespraak tot de jeugd in Casablanca in Marokko zei:
|
||
| Bekijk alinea 2 in zijn context | ||
| 1 | 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Verklaring over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 3 |
| 2 | Vgl. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Tot delegaties van vertegenwoordigers van verschillende Kerken en kerkelijke gemeenschappen, alsmede andere relgieuze tradities (25 apr 2005) |
| 3 | Paus Benedictus XVI, Toespraak, Ontmoeting met vertegenwoordigers van enkele moslimgemeenschappen (20 aug 2005) |
| 4 | 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Verklaring over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 3 |
| 5 | Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot jonge moslims in Casablanca (Marokko), Een ontmoeting in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie (19 aug 1985), 5 |