(Soort document: Catechismus-Compendium)
15 augustus 1997
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten: ► ...
Vanuit dossiers: ► ...
|
| Pagina delen: |
15 augustus 1997
| CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK | |||
| ► | DEEL 4 | - | HET CHRISTELIJK GEBED |
| ► | SECTIE 1 | - | HET GEBED IN HET CHRISTELIJK LEVEN |
| ► | HOOFDSTUK 2 | - | De traditie van het gebed |
| ► | ARTIKEL 6 | - | Gidsen in het gebed |
| Een menigte getuigen | ||
|
De getuigen die ons zijn voorgegaan in het wijk Gods, 1 in het bijzonder zij die de kerk als "heiligen" erkent, nemen deel aan de levende traditie van het gebed door hun voorbeeldig leven, door de overlevering van hun geschriften en door hun gebed in het heden. Zij aanschouwen God, zij prijzen Hem en dragen onophoudelijk zorg voor hen die ze op aarde hebben achtergelaten. Door binnen te gaan "in de vreugde" van hun meester, zijn zij "aangesteld over veel". 2 Hun voorspraak is de meest verheven vorm van hun dienstbaarheid binnen het heilsplan van God. Wij kunnen en moeten tot hen bidden, dat ze voor ons en voor de hele wereld een voorspraak zijn.
|
||
|
In de gemeenschap van de heiligen zijn in de loop van de hele geschiedenis van de kerken verschillende vormen van spiritualiteit tot ontwikkeling gekomen. Het persoonlijk charisma van iemand die getuigenis aflegt van de liefde van God voor de mensen, is overdraagbaar gebleken, zoals de geest van Elia op Elisa 3 en op Johannes de Doper 4 kon overgaan; zodoende kunnen leerlingen deel hebben aan die geest. 5 In een spiritualiteit komen ook andere stromingen, liturgische èn theologische, samen en zij getuigt van de inculturatie van het geloof in een menselijke context en zijn geschiedenis. De vormen van christelijke spiritualiteit nemen deel aan de levende traditie van het gebed en zijn onontbeerlijke leidraden voor de gelovigen. In hun rijke verscheidenheid breken ze als in een prisma het zuivere en enige licht van de heilige Geest.
"De Geest is werkelijk de plaats van de heiligen en voor de Geest is de heilige een bijzonder geschikte verblijfplaats, want de heilige biedt zich aan om met God te wonen en hij wordt ook wel tempel van God genoemd". 6 |
||
| Dienaars van het gebed | ||
|
Het christelijke gezin is de eerste plaats waar men wordt opgevoed in het gebed. Het gezin is gegrondvest op het sacrament van het huwelijk en als zodanig is het de "huiskerk"; hier leren Gods kinderen bidden " als kerk" en volharden in het gebed. Voor de jonge kinderen in het bijzonder is het dagelijkse gebed in het gezin het eerste teken van de levende herinnering van de kerk, die geduldig gewekt wordt door de heilige Geest.
|
||
|
De gewijde bedienaars zijn er eveneens verantwoordelijk voor dat hun broeders en zusters in Christus onderwezen worden in het gebed. Als dienstknechten van de goede Herder worden zij gewijd om het Volk van God te leiden naar de levende bronnen van het gebed: het woord van God, de liturgie, het leven in de goddelijke deugden, het heden van God in de concrete situaties. 7
|
||
|
Talloze religieuzen hebben hun hele leven gewijd aan het gebed. Sinds de woestijn van Egypte hebben kluizenaars, monniken en kloosterlingen hun tijd gegeven aan de lofprijzing van God en aan de voorspraak ten behoeve van zijn volk. Het gewijde leven kan geen stand houden en zich niet verspreiden zonder het gebed; het is één van de levende bronnen van de beschouwing en van het spirituele leven in de kerk.
|
||
|
De catechese aan kinderen, jongeren en volwassenen heeft tot doel dat het woord van God overwogen wordt in het persoonlijke gebed, dat het actuele betekenis krijgt in het liturgische gebed en dat het te allen tijde innerlijk wordt beleefd, opdat het zijn vruchten draagt in een nieuw leven. De catechese is ook het moment van oordeelsvorming en opvoeding waar het gaat om de volksvroomheid. 8 Het van buiten leren van de fundamentele gebeden biedt een onontbeerlijke steun voor het gebedsleven, maar het is belangrijk om de juiste zin ervan te proeven. 9
|
||
|
Gebedsgroepen, zoals b.v. "gebedsscholen", zijn vandaag de dag een van de tekens en één van de drijfveren van de herleving van het gebed in de kerk, vooropgesteld dat men zich laaft aan de authentieke bronnen van het christelijke gebed. De zorg voor de gemeenschap is een teken van het waarachtige gebed in de kerk.
|
||
|
De heilige Geest geeft aan bepaalde gelovigen de gaven van wijsheid, geloof en onderscheiding met het oog op het gemeenschappelijke goed dat het gebed is (geestelijke begeleiding). De mannen en vrouwen die daarmee begiftigd worden, zijn waarachtige dienaars van de levende Overlevering van het gebed:
Daarom is het voor de ziel die vooruit wil gaan op de weg van de volmaaktheid, volgens het advies van de heilige Johannes van het Kruis, van groot belang " uit te kijken aan welke handen zij zich toevertrouwt. Want zoals de meester is, zo is de leerling, en zoals de vader is, zo is de zoon". Ook zegt hij dat het moeilijk is een gids hiervoor te vinden: "Want behalve dat hij wijs moet zijn en onderscheidingsvermogen moet hebben, dient hij ook over ervaring te beschikken. (...) De geestelijke leider zonder ervaring van wat zuivere en echte geest is, zal de ziel toch niet weten te leiden naar de geest, wanneer God haar die geest geeft. Hij zal er zelfs niets van begrijpen". 10 |
||
|
De kerk, het huis van God, is voor de parochiegemeenschap de eigenlijke plaats van het liturgische gebed. De kerk is ook bij voorkeur de plaats van de aanbidding van de werkelijke aanwezigheid van Christus in het heilig sacrament. De keuze van een gunstige plaats speelt wel degelijk een rol in de waarachtigheid van het gebed:
- voor het persoonlijke gebed kan dit een "gebedshoekje" zijn, met de heilige Schrift en met ikonen, opdat men "daar, in het verborgene" voor onze Vader kan treden. 11 In een christelijk gezin begunstigt een dergelijke kleine huiskapel het gemeenschappelijke gebed; |
||
| ► | IN HET KORT |
| 1 | Vgl. Heb. 12,1 |
| 2 | Vgl. Mt. 25,21 |
| 3 | Vgl. 2 Kon. 2, 9 |
| 4 | Vgl. Lc. 1, 17 |
| 5 | Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven, Perfectae Caritatis (28 okt 1965), 2 |
| 6 | H. Basilius van Caesarea, Liber de Spiritu Sancto. 26,62, vert. uit Gr. |
| 7 | Vgl. PO 4-6 |
| 8 | Vgl. CT 54 |
| 9 | Vgl. CT 55 |
| 10 | Levende Vlam van Liefde, Strofe 3,33, vert naar Peters/Jacobs |
| 11 | Vgl. Mt. 6, 6 |
| 12 | Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven, Perfectae Caritatis (28 okt 1965), 7 |