(Soort document: Catechismus-Compendium)
15 augustus 1997
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten: ► ...
Vanuit dossiers: ► ...
|
| Pagina delen: |
15 augustus 1997
| CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK |
| De aanwezigheid van Christus door de kracht van zijn woord en van de heilige Geest | ||
|
"Christus Jezus, die gestorven is, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit" (Rom. 8, 34), is op verscheidene wijzen bij zijn Kerk aanwezig: 1 in zijn woord, in het gebed van zijn Kerk, "daar waar er twee of drie verenigd zijn in mijn naam" (Mt. 18, 20), in de armen, de zieken, de gevangenen (Mt. 25, 31-46), in de Sacramenten waarvan Hij de bewerker is, in het misoffer en in de persoon van de bedienaar. Hij is echter "heel bijzonder" aanwezig "onder de eucharistische gedaanten". 2 |
||
| Bekijk alinea 1373 in zijn context | ||
|
De wijze waarop Christus onder de eucharistische gedaanten aanwezig is, is uniek. Hierdoor wordt de Eucharistie boven alle Sacramenten uitgetild en wordt zij "als het ware de voltooiing van het geestelijk leven en het doel waarop alle sacramenten gericht zijn". 3 In het allerheiligste Sacrament van de Eucharistie zijn "het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus samen met zijn ziel en zijn godheid, en bijgevolg de gehele Christus, waarachtig, werkelijk en wezenlijk tegenwoordig". 4 "Deze tegenwoordigheid wordt 'werkelijk' genoemd, niet bij wijze van uitsluiting, alsof de andere vormen van tegenwoordigheid niet 'werkelijk' waren, maar bij wijze van uitnemendheid, omdat zij wezenlijk is, en omdat door haar de gehele Christus, God en mens, tegenwoordig gesteld wordt". 5 |
||
| Bekijk alinea 1374 in zijn context | ||
|
Het is door de verandering van het brood en de wijn in het lichaam en bloed van Christus dat Christus tegenwoordig gesteld wordt in dit sacrament. De Kerkvaders hebben het geloof van de kerk in de doeltreffendheid van het woord van Christus en van de werkzaamheid van de heilige Geest om deze verandering te voltrekken met klem bevestigd. Zo verklaart de heilige Johannes Chrysostomus: Niet de mens is het die de offergaven tot lichaam en bloed van Christus maakt, maar de Heer zelf, Hij die voor ons gekruisigd is. De priester, vertegenwoordiger van Christus, spreekt de woorden uit, maar hun genadevolle kracht komt van God. Dit is mijn lichaam, zegt Hij. Dit woord transformeert de offergaven. 6 En de heilige Ambrosius zegt over deze verandering: Laten we er toch van overtuigd zijn dat dit niet is wat de natuur heeft gevormd, maar wat de zegening heeft geconsacreerd, en dat de kracht van de zegening sterker is dan de kracht van de natuur, want door de zegening is de natuur zelf veranderd (...). Zou dan het woord van Christus dat uit het niets kon maken wat niet bestond, ook niet bij machte zijn dat wat bestaat, te veranderen in wat het niet was? Het is toch geen kleinere zaak geheel nieuwe dingen tot bestaan te brengen dan de natuur van bestaande dingen te veranderen! 7 |
||
| Bekijk alinea 1375 in zijn context | ||
| 1 | Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 48 |
| 2 | 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 7. (vgl. Getijdenboek Lect. II,4,76), vert. uit Lat. |
| 3 | H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III,73,3, vert. uit Lat. |
| 4 | Concilie van Trente, 13e Zitting - Decreet over het Sacrament van de Eucharistie, Sessio XIII - Decretum de SS. Eucharistia (11 okt 1551), 17. vert. uit Lat. |
| 5 | Paus Paulus VI, Encycliek, Over de leer en de verering van de Heilige Eucharistie, Mysterium Fidei (3 sept 1965), 39 |
| 6 | H. Johannes Chrysostomos, De prodit. Iudae. 1,6, vert uit Gr. |
| 7 | H. Ambrosius, Over de Sacramenten, De Mysteriis. 9,50,52 (Vgl. Getijdenboek Lect. 1,6,139-140), vert. uit Lat. |